De pastoors en onderpastoors van

 

Hingene – Nattenhaasdonk-Wintam en Eikevliet

 

           

 

            De eerste vermelding van de parochie Hingene en Nattenhaesdonk gaat terug tot ca. 1100

            Wenemaar, kastelein van Gent [1088-1138] en heer van Bornem, gaf begin 1100 alle vrijheden aan de kerk te Bornem op voorwaarde dat de kloosterlingen twee wereldlijke priesters  aanstellen te Havelsdunck (Nattenhaasdonk).

            Deze vrijheden voor de Bornemse kerkgemeenschap zijn door Wenemaar verkregen van Manasses bisschop van het bisdom Kamerijk (Frankrijk), bisdom waarvan Bornem in vroegere tijden afhankelijk was. De kerk hoort bij een kloostergemeenschap van kanunniken, abdij van de H. Maria, gesticht door de voorouders van Wenemaar, (Wenemaar schrijft “gelijk het Folcard mijn grootvader eertijds heeft toegestaan”).

Folcard, zoon van Lambrecht I, was graaf van Gent en Kastelein van Bornem, stichter van de kanunniken abdij van Bornem in de orde van Sint-Augustinus, het kanunniken klooster was gebouwd naast de kerk van Bornem daar waar nu het nonnenklooster is gevestigd.

 

In oktober 1101 verleent Manasses, bisschop van Kamerijk, op vraag van Wenemaar, Kastelein van Gent, en in ruil voor goederen aan de kerkgemeenschap, zijn goedkeuring aan de vrijheden voor de Bornemse moederkerk waarvan ook de parochie Hingene en Nattenhaasdonk afhankelijk zijn.

 

            “In nomine sanctae et induividua Trinitatis. Ego  Manasses, servos servorum Dei, gratiâ Dei Cameracensis Epicopus, Ecclesia filiis ubecumque lovorum mamentibus, salutem et Episcopalem ib Scristo Benedictionem.

            “Omnibus fide Catholica praemuntis ut pataet desidero, quoniam Ecclesiam apud Burnehem cum suis apenditiis amoris Dei gratiâ, et

post donum Wenemari Gandensis castellani libertate donavi : ita ut fraternatis regularis inibi vigeret, et maneret ab omni jugo seculari nunc et in perpetuum absoluta. Et ne posteros lateat, ipsuis rei pricipium altius et uberius rem exprimere censemus idonium.

             “Wenemarus praedictus castellanus omnes decimas de Santforde ad Burnehum pertinentes, pro uxoris suae animâ Lutgardis, suâque, omniumque suorum parentum, ad opus fraternitatis meo cosessu donavit et stabilivit. Locum etiam nomine Stele in Valham ad pisces, necnon etiam totum praedium, qoud ad Abbate S. Laurentii Leodensis in Bucholt emit, eidem Ecclesia dedicavit.”

            “Hócque donum munitum est, et impressum nostri sigilli patrocino. Notandum etiam unum mansum inter Gestlant et Broclant eum ibidem dedisse. Statiumus etiam Episcopali edicto, ut ipsa fraternitas inter se canonicè eligat Praelatum, quem Episcopus curâ vestiat animarum. Statuimus quoque oleum Infirmorum, oleum Baptismatis, et Sanctum Chrisma ab Episcopo, vel àministris ejus nullatenus abnegandum. Decernimus ergò, ut lulli omnimó hominum liceat eandem Ecclesiam temerè pertubare, aut de rebus ei datis aut dandis aliquid invadere. Quod si fecerit, nisi paenitentià emendus  satisfactionem fecerit, aeterni anathematis vinculo subjaceat. Concessio quidem ab ipso Episco hujus affirmationis novisimè facta et sancita Gandavi VI nonas Octobris.”

            “Actum ab Incarnatone Domini MCI, anno, regnante Philippo Francorum rege, Episcopante Manasse camerance Pontifice, Roberto Roberti filio Hierosolymitano in Comitatu agente. ”

            Preasentibus testibus hîc subscribis …

 

Vrij vertaalt:

             “In de naam der heilige en onverdeelbare Drievuldigheid, ik, Manasses, dienaar der dienaren Gods, door die gratie Gods bisschop van Kamerijk, aan al de zonen der Kerk op welke plaatsen zij ook mogen verblijven, heilm en zegen in Christus.” 

            “Ik begeer dat het gekend zij aan al diegenen, die de katholieke godsdiensdt belijden, dat ik door de gratie Gods, en volgens de fundering van Wenemaar, Kastelein van Gent, aan de kerk van Bornem met hare afhankelijkgeden de vrijheid geschonken heb, zoodanig dat de kloosterlijke gemeente, die er zal verblijven, nu en altijd zal vrij zijn van het wereldlijk gezag. En opdat het nageslacht het wel wete, heb ik goed gevonden mij hier klaar en uiteenlopend over de oorsprong dezer stichting uit te drukken.”

            “Gezegde Kastelein Wenemaar heeft, op mijne toestemming, onwederroepelijk gegeven, om door de geestelijke gemeente gebruikt te worden, al de tienden van Sontforde, aan Bornem toebehorende, voor de zaligheid der ziel zijner echtgenote Lutgardis, voor de zijne en die van al zijn bloedverwanten. Hij heeft nog aan de zelfde kerk geschonken de visserijrechten van Valham, ter plaatse gezegd Stele, alsook gans de eigendom die hij heeft gekocht van de abt van Sint-Laurentius te Luik, gelegen te Bocholt. En deze giftakt is bekleed met ons zege. Hij heeft nog aan dezelfde kloostergemeente een pachthoeve gegeven, gelegen tussen Gestland en Brocland.

            “Wij willen ook, dat de (klooster) gemeente  in haar midden, en volgens kanonieke wetten, een prelaat kiest, die door de bisschop met de zielezorg zal gelast worden, en dat de olie der zieken, de olie des doopsels en het heilig Chrisma hem niet moge geweigerd worden door de bisschop, noch door dezer onderhorigen.”

            “Bijgevolg stellen wij vast, dat het aan niemand toegelaten is eene vermetele hand te slaan aan dezelfde kerk, of iets met geweld te nemen van wat  zij bezit, of hetgeen zij later zal verkrijgen. Hij, die dat  doet, wordt in een eeuwige banvloek geslaan, ten ware hij zich door boetvaardigheid beterde en voldoening geve.”

            “Deze vergunning is plechtig bevestigd en bekrachtigd door dezelfde bisschop te Gent, de VI der Nonen van oktober.”

            “Gedaan sedert ’s Heren Menswording MCI, onder de regering van Philip, koning der Fransen, het bisschopsambt van Manasses, bisschop van Kamerijk, Robrecht van Jeruzalem, zoon van Robrecht, weznde graaf van Vlaanderen.

            “En in tegenwoordigheid van de ondergetekende getuigen …”

 

De vrijbrief  van, Wenemaar, Kastelein van Gent en heer van Bornem, gericht aan de kloostergemeenschap te Bornem.

            “In nomine sancta et induvidua Trinitatis. Ego Wenemarus Gandensis castellanus, ecclesiam apud Burnehem cum membris suis, videlicet Havelsdunc et Hingen, feci libertate donari : ita ut cananoni inibi mamentes duos presbyteros, non claustro, sed alios offico congruos, apud Havelsdunck contituant, quem ad modum tempore avi mei, imo ab ipso avo meo Fulcardo sub banno confirmatum est, unum qui apud Burnehem …

 

 Vrij vertaalt:

            “ In den naam der heilige en onverdeelbare Drievuldigheid, ik, Wenemaar, kastelein van Gent, wil, dat de kerk van Bornem, en hare afhankelijkheden Haasdonk en Hingene, genieten van alle vrijheden, op voorwaarde dat de kanunniken van Bornem twee priesters stellen, niet van hun klooster, maar twee andere om de dienst te doen te Haasdonk, en ene anderen te Bornem, gelijk het Folcard, mijn grootvader, eertijds toegestaan heeft.”

 

            Wanneer Wenemaar Kastelein van Gent [1088-1138] begin 1100 verwijst naar zijn grootvader Folcard, die eertijds had toegestaan dat er te Havelsdunck (Nattenhaasdonk) twee priesters de dienst vervulden, kan men stellen dat er te Nattenhaasdonk in de kerk zeker ca. 1030 à1040 al erediensten werden verzorgd.

 

            In het jaar 1120 richtte het kanunnikenklooster H. Maria van Bornem, met zijn afhankelijkheden (Natten)Haasdonk, Hingene, Keerbergen, Rijmenam en Meerbeek, gedreven door armoede en tot verbetering van hun levensstandaard, op vraag van de kloostergemeenschap en abt Siegfried, zich tot het bisdom van Kamerijk, bisdom waarvan het klooster afhankelijk was,  met de vraag tot vereniging met de kloostergemeenschap van de in 1083 gestichte Benedictijner Sint-Pieters en Paulusabdij van Affligem.

 

Toelating door bisschop Burgurdis van Kamerijk tot vereniging van de Bornemse- en Affligemseabdij.

            “In nomine sanctoe et individuoe Ttrinitatis. Burgurdus Dei Miseratone Cameracensium episcopus…”

            “Prece itaque nostra tandem exaudita, communicato Ecclesioe consilio, proefatam abbiatiam de Bornhem, cum  appendiciis suis Havesleduncet Fingen, imo cum capellis Kereberga et Rimenham Apostlica auctoritate eidem esslesioe confirmatis, alodiis etiam et donariis ibidem assignatis, supplicante fratre nostro Sigefrodo Bornhemensi abbate, fratribus quoque petentibus, tum penuria ingruente, tum vireo suoe melioratione, prefatoe Affligemensi ecclisioe sub regula St. Benedicti permansurum concessimus …

 

Vrij vertaalt:

            “In den naam der heilige en onverdeelbare Drievuldigheid, Burgurdus door Gods genade bisschop van Kamerijk ...

            Ons gebed eindelijk verhoord zijnde en onze kerkraad geraadpleegd hebbende, staan wij toe, dat de abdij van Bornem met hare afhankelijkheden Nattenhaasdonk en Hingene en de kapellen van Keerbergen en Rijmenam, door de apostolieke macht aan dezelfde kerk gewaarborgd met al de giften daaraan verbonden, op verzoek van onze broeder de abt Siegfried van Bornem, even als van zijn medebroeders zouden verenigd worden met de kerk van Affligem onder de regel van de heilige Benedictus; deze vereniging wordt gedaan ter wille van hunne armoede en tot verbetering van hunne staat …”

 

            Met deze samenwerking werd het klooster van Bornem, dat de regel van de H. Augustinus volgde, een priorij van Affligem en nam van dan af de regel van de H. Benedictus aan. Deze toestand bleef ongewijzigd tot aan de Frans omwenteling.

 

            De samenwerking tussen het klooster van Bornem en dat van Affligem kreeg in het jaar 1221, wegens de opvolging van de regeltucht en het beheer van de abdij door de kloosterlingen, de goedkeuring en bekrachtiging van bisschop Calixtus II.

            “Calixtus secundus Episcopus, servus servorum Dei …

            “Statuentus, ut auctori Deo, in Affligimensis Monasterii unitate ac subjectone, sub regula monasticoe disciplineo, in perpetuum perseverit, ita nimirum libera et quieta, sicut antea in ordine canonico fuerat, cum altaribus de Havesdunc, Hingem, Kereberga, Rimenham, Merebecloa et cuno omnibus quoe in preosenti legitimè possidet, vel in futurum largienti Deo, justè atque canonicè poterit adipisci …”

 

Vrij vertaalt:

            “Calitus II, bisschop, dienaar der dienaren gods …

            “ Wij stellen vast dat door de macht Gods in de abdij van Affligem, de eenheid en de onderwerping aan de kloosterlijke regeltucht zou heersen voor altijd, opdatzij vrij en gerust wezen, zooals zij voorheen was in haar kanonieke orde met haar afhankelijkheden van Nattenhaasdonk, Hingene, Keerbergen, Rijmenam, Meerbeek en met al wat zij thans wettelijk bezit, of met Gods gratie later rechtvaardig, en volgens de kerkelijke wetten, zou kunnen verkrijgen …”

 

 

 

 

 

 

De gemeente Hingene bestond van oudsher uit 5 leefgemeenschappen, Hingene, Nattenhaasdonk, Wintam, Eikevliet en Kleinmechelen.

Burgerlijk behoorden deze gemeenschappen tot de gemeente Hingene.

Kerkelijk is dat echter niet altijd geweest daar Eikevliet en Klein Mechelen voor 1803 behoorden tot de parochie Puurs. (zie pastoors te Eikevliet)

Met de herindeling der gemeenten in 1976, werden de gemeenten Hingene, Mariekerke, Weert en Bornem samengevoegd. Deze voor 1976 vier afzonderlijke gemeenten vormen nu één grote gemeente met de naam Bornem.

 

In het midden de kerk en het kasteel van de hertogen d’Ursel, linksboven de “Grote Hingense Wiel”

Hingene anno 1777

 

pastoors te Nattenhaasdonk

pastoors te Wintam

pastoors te Eikevliet     

Pastoors te Hingene                       

          Onderpastoors                                                                                                                                               

ca 1500                       Van Heycken Alexander (ook pastoor te Nattenhaasdonk)

                                   Alexander Van Heycken is schrijver van een cijnsboek.

 

 

ca 1550                       Sterck Jan

                               Jan Sterck werd in een schrift van 1552 vermeld als pastoor te Hingene.

            De pastoors die moesten leven van de inkomsten van de kerk, en van giften van gegoede parochianen hadden het niet breed. Jan Sterck, (en waarschijnlijk nogal wat andere pastoors) was naast priester ook een beetje landbouwer. Petrus Coomans verklaart immers “dat hy jonck wesende de koeyen heeft gehaeld van den heer Jan Sterck, pastoir tot Hingen, van Jan Peeters lant int paddenbroeck tegens de swane hovels dwelck ditto pastoir in huere hadde, als gheene weyden hebbende om syne beesten te gaersen.”

           

 

ca 1590 – ca 1595      Petten Servaas

                               Een gemeenterekening van 1590 – 1591 vermeld dat onder pastoor Servaas Petten, pastoor Gheeraert Tombau, uit Lippelo, in Hingene ook bij wijlen de dienst deed”

            “Item betaelt aen den heer Gheeraert Tombau tot Lippeloo op afcortinghe van den dienst alhier gedaen X gulden” 

 

            “Servaas Petten getuigt voor wethouders en leenmannen dat Pieter Smet hem, op 6 februari, op zijn doodsbed had verklaard dat hij aan Gillis De Wachter een stuk land had verkocht voor 50 daalders, waarvan de koper er 35 had betaald en er nog 15 dienden te worden betaald”

 

 

ca 1599 – ca 1602      Van Schellebroeck Gerardus, desservitor te Nattenhaasdonk

                            De afgesloten kerkrekening van 1599 werd ondertekend door Gerardus Van Schellenbroeck, hij was eveneens desservitor te Nattenhaasdonk en bezat het vruchtgebruik van de kapelrij te Eikevliet “op last van drie missen”

            “Fructus Cappelania S. Lamberti de Eijck, possesor Ds Gerardus van Schellenbroeck sun onere trium missarum”

 

 

ca 1602                       Pontani Godefridus, desservitor te Nattenhaasdonk

                            (zie Nattenhaasdonk)

 

 

ca 1612                       De Moldere Anthonius, desservitor te Nattenhaasdonk

                            Antonius De Moldere sluit de kerkrekening van 1612 af.

 

 

ca 1614 – 1616           Van Hermighem Arnoldus, desservitor te                                                              Nattenhaasdonk

                            “de kerkrekeningen vermelden dat “dat speellieden ende schalmeiers tot Antwerpen” betaald werden om op kermisdag in de processie te spelen.”

            “in 1616 werd op verzoek van Coenraad d’Ursel Heer van Hingene en baanderheer van Hoboken, eigenaar van het kasteel d’Ursel, gelegen naast de kerk, door de dorpsraad, notabelen en landeigenaars drie maal vergaderd over de vergroting van het koor van de Sint-Stephanuskerk te Hingene, dit voorstel werd tegengewerkt door de Nattenhaasdonkenaren en Wintamenaars die niet wensten tussen te komen in de onkosten”

 

 

1616 – + 1619            Blieck De Judocus, desservitor te                                                                         Nattenhaasdonk

                            “ondanks het verzet van de Nattenhaasdonkenaren en Wintamenaars werd in 1618 het koor van de kerk vergroot en werd er op vraag van Coenraad d’Ursel een kerkhofmuur gebouwd.”

 

 

1619 – 1642               De Vrijer Petrus, pastoor te Hingene en desservitor te                                       Nattenhaasdonk

1643 – 1649               Desservitor te Boom

1949 – + 1674            Pastoor te Boom

                       Petrus De Vrijer, werd geboren op 12 augusus 1594 te Mechelen.

Petrus De Vrijer  werd in 1619 benoemd tot pastoor van Hingene, en werd hij, na de het overlijden in 1621 van Walter Van Der Mauden pastoor te Nattenhaasdonk, door Z.E Aartsbisschop Jacobus Boonen [1621-1655], bij gebrek aan een pastoor, in 1621, aldaar tot deservitor aangesteld, ambt dat hij eveneens zou uitoefenen tot zijn vertrek in 1642 naar Boom om aldaar pastoor Andreas Struelens [geboren en gedoopt op 11 september 1588 in de O. L; Vrouw-ter-Kapellekerk te Brussel], op te volgen.

Pastoor Petrus De Vrijer liet te Hingene in 1626 een nieuwe pastorij bouwen. De bouw werd  bekostigd met gelden van het kerkelijk Hingene, Nattenhaasdonk en Wintam wat later de aanleiding zou zijn  tot een langdurig proces.

Daar de nieuwe pastorij was gebouwd, met kerkgelden van Nattenhaasdonk en Wintam eiste de nieuwe, in 1662, aangestelde pastoor van Nattenhaasdonk Jan De Vos, de helft van de huurwaarde van het Hingense pastorijgebouw en van de gemeenschappelijke tienden van de gronden op.

           Dit proces heeft vele jaren aangesleept.

           Eindelijk, de processen moe zijnde hebben de beide pastoors, voor Hingene Andreas Grootaert, en voor Nattenhaasdonk, Ambrosius Laché op 31 juli 1680 een overeenkomst aangegaan welke opgemaakt werd door Maximiliaan Van Damme  notaris te Hingene.

           De kavelingsakte der gemeenschappelijke goederen werd door de beide pastoors ondertekent op 2 november 1683. Deze akte wordt door het Aartsbisdom van Mechelen goedgekeurd, met dagtekening van 10 mei 1701, en door het bisdom Gent met dagtekening van 10 januari 1704 !!!

Opgaaf van de kerkgoederen begin 1600

"Specificatie int corte van het incommen vande Curegoederen van Hinghen ende Haesdonck", daarin leest men, " Dat de kercken  van Hinghen ende Haesdonck syn twee prochiekercke, dat Hinghen is onder Ghent, Haesdonck onder Mechelen.”     

           Petrus De Vrijer verlaat in 1642 zijn parochie’s Hingene en Nattenhaasdonk om te Boom de zieke pastoor Andreas Struelens op te volgen. Pastoor Struelens overleed op 1 april 1643 te Boom.

           Petrus De Vrijer te Boom slechts als desservitor aangesteld, werd op 11 april 1643, kort na het overlijden van Andreaes Struelens, voorgedragen door De Cortes, heer van Cantecroy, tot de pastorij,

 11 aprilis 1643 preasentatus ad pastoratum de Boom modernus capallanus ejusdem pagi per dominum De Cort. Verum propter non clarum ejus jus patronatûs, non fuit admissus ad dictam curam, ejus tamen desservitura ei tempus commissa ; et interum judicatum est quod sceiberentur litterea ád dictum patronnum”,  

maar het bisdom twijfelde of de heer van Cantecroy wel het recht van het patronaat bezat en daar dit niet al te klaar bewezen was werd Petrus De Vrijer niet aanstonds als pastoor aangesteld.

Hij werd nochtans in zijn desservituur behouden en het is slechts op 12 februari 1649 dat hij te Boom als pastoor werd ingeleid.

           In 1652 deed hij een inventaris opmaken over de goederen en inkomsten van de pastorij en deze waren;

“De pastoor bezat eigendom en gebruik van het curenhuis (pastorij), beschikte over een wedde van twee honderd gulden, over gemiddeld drie en twintig gulden uit vijf hont broekland, over vijftig gulden voor missen van het H. Sacrament en van O. L. Vrouw, over tien gulden uit kleine renten, over een veerteel koren vanwege Jan Van Der Vliet en over zeventien gulden negen deniers uit de jaargetijden”

           De pastoor duidde ook de keurdragers voor de pastorij aan;

“Heer Petrus De Vrijer, pastoor deser Heerlijckheyd van Boom ende Jan Ceulemans, Meyer van Boom, hebben opden achtentwintigsten Aprillis sesthiene hondert ende negenenvijftich, mits de dood ende aflijvicheyt van wijlen Jan Baumans verdinght het paert vanden keur vuytgaende opt Curenhuys alhier metten hof ende huyse, metten hof van Jouffr. Maria Jacobs ende de huyse van Haverhalfen, ende hebben daarop als ceurdragher gestelt Jan Vertommen, present mijnheer Giulliam Meeus, drossaert ende stadhouder, Sr. Peeter Dennetiere, Cornelis Stuyck ende Cornelis Ceulemans, leenmannen”

           De parochie Boom en Petrus De Vrijer werden op 21 augustus 1659 vereerd met het bezoek van de Bisschop van Antwerpen, tijdens dat kerkbezoek diende de Bisschop ook het H. Vormsel toe.

           Op 5 september 1671 kwam de Antwerpse Bisschop andermaal het kerkbezoek doen en vormen.

           Alhoewel de Bomenaars reeds in 1610 een hulppriester vroegen,

“Wij onderschreven ghemeyntenaeren ende inghesetenen van Boom constitueren midts desen datter eene vroechmisseheer ofte cappellaen sal convoceerdt worden, ofte convoceerdt synde sal comen tot Boom om alhier de vroechmisse celebrere, catechiseren, school houden ende dien betalen vuyt d’innecomen deser kercke van Boom”,

zal het tot 1671 duren vooraleer dat de parochianen van Boom en Petrus De Vrijer de hulp verkrijgen van een bestendige benoemde onderpastoor.

           De eerste Boomse kerk werd ca 1577 samen met een aantal omliggende huizen door soldaten grotendeels gesloopt om er te Klein-Willebroek het fort “De Schans” rond het sas mee op te richten.

           Pastoor Andreas Struelens liet in 1616 zo goed als mogelijk de Boomse kerk herbouwen door Jacques Paridaens (vader van Jan Paridaens die de derde kerk in 1665 zou bouwen) uit Rumst, doch deze tweede kerk in ongunstige omstandigheden opgetrokken bood niet lang weerstand.       

           Nadat in 1644, bij het begin van de ambtsperiode van Petrus De Vrijer te Boom, besloten werd een nieuwe kerk te bouwen werd nochtans in 1651 tijdens het kerkbezoek vastgesteld dat de toren bouwvallig was en onverwijld diende te worden vervangen. De verbouwing van de toren was de aanzet tot een volledige nieuwe kerk.

           De gemeente bleek gunstig gestemd tegenover het ontwerp van de nieuwe toren en keurde deze goed zodat pastoor De Vrijer de handen vrij had om het werk te laten aan te vatten.

           De parochianen schonken de steen en in 1654 was het werk aan de toren voltooid, deze stond niet langer lussen schip en koor maar prijkte nu boven de gevel, wat nodig bleek, omdat de zware steunpilaren niet alleen het zicht belemmerden maar een latere vergroting van de kerk in de weg stonden.

           De twee bestaande klokken werden in de toren gehangen en een nieuwe derde klok werd besteld en aangekocht. Het Kapittel van Leuven dat tiendeheffer was betoelaagde de nieuwe klok met de som van 300 gulden.

           Het duurde tot ca. 1662 voor men met de werken aan de nieuwe derde Boomse kerk van start ging, en in aantekeningen van 1664 lezen we hoe slecht de oude kerk er aan toe was;

“de kerkcke is door oudheyt seer caducq ende versleten soo in metselrije van muragie, ticheldacq als houdwerk”

De begroting van de nieuwe kerk werd geraamd op 10.000 karolusgulden en volgens de kerkelijke voorschriften moesten de tiendeheffers een deel van de uitgaven op zich nemen.             Pastoor Petrus De Vrijer, Georges Bosschaert heer van Boom en de gemeente stuurden een verzoek aan het Kapittel te Leuven om een toelage van 5.000 karolusgulden te bekomen voor de bouw van de nieuwe kerk;

“Geven te kennen met behoorlijcke reverentie heere De Vrijer, pastoor tot Boom, mijn heere George Bosschaert, Raedt ende Generael Secretaris van syne majesteyts munten, Heere van Boom etc., mitsgaders die Schepenen, Kerckmeesters, Bedesetters, ende geswoiren Regeerders derselve prochie van Boom, dat sijlieden int beginsel vanden voorleden somer de kercke van Boom, die door oudheyt seer caducq ende versleten was, soo inde metselarije van muragie, ticheldacq als houdwerk, sijn genoodzaeckt geworden deselve inden gront te doen afbreken ende wederomme duegelijck int werck syn om weder te doen opbouwen ter eeren Godts, ende die oock eensdeels te vergrooten tot beteren dienst ende bequaemheyt van hunne gemeynte, ende tot deyn oock te stellen een nieuwe naelde opden thoren (die sijlieden oock over omtrent acht of negen jaeren geleden aende selve kercke bebben nieuwt doen metsen).

           Ende gemerckt deselve kercke ende thoren, eens deselve behoorlijck sullen volmaeckt syn, wel sullen kosten badt dan tien duysent carolus gulden eens, ende dat djaerlijcks innecomen vande selve kercke seer sober is, ende van gelijcke oock daelmoesen bij hun supplianten daertoe soo bij dingesetenen als gegoyde vande selve prochie ommegehaelt, ende dat dnieuwe des selven bouw ter eeren Godts weder moet volmaeckt worden zonder vuytstel, ende dat  daertoe oock schuldich syn ende loffekijcken begonnen te contibueren de eygenaers ofte gebruyckers vande thienden volgens tplacaert op diegelijck feyt geëmaneert den 28 Meert 1611, in conformiteyt van dadvis van regtsgeleerden bij copye autenticq hier annex, soo bidden die voors. supplianten aende selve Weleerw. als thiendeheffers tot Boom ten eynde deselven gelieven gedient te wesen tghene voors. geconsidereert, tot het volmaecken vandevoors. kercke van Boom ende naelde opden thoren te assisteren ter eeren Godts met eene somme van vijf duysent gulden eens.

                                              getekend:   Cornelius Stuyck, secretaris 1665.

 

De onderhandelingen tussen pastoor Petrus De Vrijer  met de gemeente enerzijds en de tiendeheffer, het Kapittel te Leuven, anderzijds aangaande de bijdrage van de tiendeheffer, had tot resultaat dat het Kapittel van Leuven eenmaal 250 gulden betaalde met nog een jaarlijkse bijdrage van 10 gulden en dat het zorgde voor het onderhoud;

“ten eeuwigen daghe van denselven choor … wel verstyaende nochtans dat onder de gemelden last van reparatie niet en sal begrepen syn eenighen ongewoonlijcken cas of gevalle van brandt, heyrcracht of hagelslach soover door de schade aen den choor gedaen van desen gevalle ende ongeluck alleen soude beloope over de vijftich gulden eens …”

           De heren van het Kapittel van Leuven, hielden zoals blijkt, hun beurs goed gesloten en lieten Petrus De Vrijer, samen met zijn parochianen, de grote kosten aan de nieuwe kerk ten hunne laste nemen.

           De nieuwe was heel wat groter dan de oude kerk, het had drie koren, drie beuken, een dwarsbeuk en een slanke geveltoren. Ze werd ingewijd in 1665 en pastoor De Vrijer stelde de H. Rochus aan als patroonheilige, terwijl de vorige kerk toegewijd was O. L. Vrouw.

           De Bisschop van Antwerpen en de landsdekens bij hun bezoek aan de Boomsekerk blijven echter O. L. Vrouw als patrones erkennen.

           In 1669 liet Joris Bosschart, heer van Boom, in de kerk een grafkelder maken met als opschrift;

D. Joris Bosschart

Heer van deze plaats

en ook

Anna Maria Despommeraeaux

echtgenoten

en nakomelingen

R.  I.  P.

 

           Op 2 september krijgt Petrus De Vrijer in zijn kerk het bezoek van dieven die er wat kleinigheden roofden zonder echter aan de helige vaten te komen.

 

De nieuwe kerk werd gebouwd door aannemer Jan Paridaens uit Rumst.

            Boven de deur van de nieuwe kerk stond het volgende opschrift : (1)

            " De gemeente Boom onder den eerw. Heer Petrus De Vrijer pastor, 1665”

Boven de vensters stonden de namen en tekens van timmerman en metser, aannemers van het werk.

 


                        Joannes Van den Bossche                                         M.  T.

 


                        Mr.  Reet  &  Paridaens                                                       

 

 

           

 

De derde kerk van Boom. Tekening uit het meetboek van 1720.

 

 

De kerk werd gebouwd in circa 1663 – 1665 tijdens het pastoorschap van Petrus De Vrijer [1594-1676]

 

          

 

Het centrum van Boom in 1777 met in het midden de kerk.

 

Mits enkele kleine verbouwingen bleef deze derde kerk, hoewel veel te klein geworden, in dienst tot ze in 1848 door de nieuwe vierde en huidige kerk, welke gebouwd werd op de plaats waar het kasteel van Boom had gestaan, werd vervangen.

           In 1850 werd de oude, onder Petrus de Vrijer gebouwde, kerk afgebroken waardoor de huidige Grote Markt vrijkwam.

Petrus De Vrijer was in februari 1662, te Reet, met Nicolaes De Groot, Heer van Reet, getuige bij de ondertrouw van Peeter Paridaens & Catharina Joannes Van Der Schoof.

           Zwaar ziek zijnde maakte, op 20 maart 1676, de 80 jarige Petrus De Vrijer voor notaris Verhulst en in tegenwoordigheid van Anthonius Van Der Schueren pastoor van Ruisbroek en Joannes Van Ghenons pastoor van Willebroek, zijn testament.

           Daarin bepaalde hij;

“dat syn dood lichaem begraeven sou worden in den hoogen choor van de kercke van Boom met eenen tamelycken serck ende d’opschrift daer oppe.”

Zijn boeken schonk hij aan Joannes Matthie, pastoor te Niel en;

“legateert aen het kindt van den heere van Boom t’gene hy testateur over de vunt heeft geheven in syn heilich doopsel te ontfangen hondert patacons eens”

Pastoor Petrus De Vrijer overleed op 24 maart 1676 te half vier s’morgens.

 

(3) De namen en tekens van de aannemers boven de ramen van de derde kerk van Boom.

Joannes Van den Bossche, M.T = Meester Timmerman.

Timmerman aannemer Joannes Van Den Bossche (x Magdalena Thijs) verbouwde, samen met Peeter Paridaens 1656 de kerk van Reet.

            Mr Reet & Paridaens (1), metsers.

            Jan Paridaens x Catharina Thijs (Cools) in 1665 aannemer metser van de                    derdekerk te Boom, is de zoon van Jacques (Jaak) x Catharina Vereyken                    die in 1627 de tweedekerk van Boom gebouwd heeft).

 

 

1642 – 1642               De Backere Balduinus

                                   Balduinus De Backere bediende na het vertrek van Petrus De Vrijer de openstaande plaats tot de benoeming, nog datzelfde jaar, van Gabriël Rondinet.

            Baldiunus De Backere werd in 1660 benoemd tot pastoor te Bornem, ambt dat hij uitoefende tot 1683. (DAAR OVERLEDEN? OPZOEKEN) in de klappers)

 

 

1642 – 1671               Rondinet Gabriël

                                   Gabriël Rondinet, volgde in 1642, pastoor Petrus De Vrijer, op die die het pastorschap te Boom ging vervullen.

            Hij oefende zijn ambt uit tot bij zijn overlijden op 21 maart 1671 te Hingene.

            Gabriël Rondinet werd begraven in de kerk.” (zie ook Nattenhaasdonk, Gabriel Rondinet.)

Op de zerk leest men:

D.  O.  M.

R(id) D(ni)  GABRIELIS  RONDINET

S. T. B. F.  QUI  HUIUS  ECCLESIEA

29  ANNIS  BONI  PASTORIS  MUNERE

PERFECTONIS  A.  SUMMO  PASTORE

SUBITO  EVOCATUS  EST  21  MARTY 1671

SIT  IN  PACE  LAUS  EIUS.

           

 

1672 – 1713               Grootaert Andreas

                                   werd geboren ca 1713, overleden 19 juni 1713 te Hingene en op 21 juni. "begraven in het koor van de kerk"

Andreas verdronk in wallen van het kasteel. In het parochie register schrijft de dienstdoende priester: "submersus est in Fossis Castri" (verdronken in de wallen van het kasteel)

De overlijdensakte ingeschreven in het parochieregister van Hingene door Andreas Laurens pastoor te Bornem

"19 juny obiit Rdus. Adm. Dominus Andreas Grootaert qui casu submersus est in fossis castri Pastor hujus Parochialis ecclasia de Hingene tempare 43 circiter annorum sepultus est 21e eiusdem in choro Eiusdem ecclesia ab templissimo domini Van der Stelt Decano districtus Tenneramunda etc.

Attestor  Andr. Laurens, Pastor te Bornem, desservitor in Hingene.

 

 

1713 – 1764               Van Der Varent Jan Hendrik

                                 werd geboren ca 1677 en overleden op 26 april 1764 te Hingene en aldaar "begraven in het koor van de kerk"

Op zijn zerk leest men:

 

D.  O.  M.

SEPULTUTRA

R.  D.  JOANNES VAN DER VARENT

PASTORIS  HUIUS  PAROCHIA

PËR  51  ANNOS  OBIIT  26

APRILIS  ANNO  1764  AETATES

87  ANNOREM

REQUIESCAT IN PACE

 

 

1764 – 1768               de la Vigne Bonaventura

                                   geboren ca 1726, overleden 12 september 1768 te Hingene en “begraven in het koor van de kerk”

Pastoor te Hingene van juni 1764 tot 1768.

Op de zerk leest men:

 

D.  O.  M.

HIC   JACET

REVERD.   ADM.  DOMINUS

BONAVENTURA   DELEVIGNE

QUI   PER   ANNOS   IV

OVES   SUAS   DILIGENTER   PAVIT

AST   DILECTUS   DEO

ET   HOMINIBUS

CONSOMMATUS   IN   BREVI

EXPLEVIT   TEMPORA    MULTA

CUJUS   MEMORIA

IN    BENEDICTIONE   SIT

OBIIT    12    SEPTEMBRIS   1769

EATAT   42

R.   I.   P.

 

 

1768 – 1809               Verdickt Joannes

                            Werd geboren 24 november 1728 en gedoopt op 25 november 1728 te Bornem, doopgetuigen waren Balduinus Van Hoorick (pastoor) en Anna Maria Van Grootven (begijn), als zoon van Joannes & Catharina Van Grootven.

           

            Zijn vader Joannes Verdickt werd geboren ca.1661. Hij overleed te Bornem, en werd er op 13 februari 1737 begraven in de kerk.

            Vader Joannes huwde een eerste maal op 15 september 1700 te Bornem met Elisabeth Colliers. Elisabeth werd geboren op 11 februari 1656 te Sint Amands en overleed op 3 november 1701 te Bornem, (Elisabeth Colliers was bij haar huwelijk met Joannes Verdickt weduwe van Jacobus Van Hoorick).

            Het gezin Joannes Verdickt – Elisabeth Colliers bleef kinderloos.

            Joannes Verdickt huwde een tweede maal te Bornem op 20 april 1702 met Joanna Moens. Joanna werd geboren op 21 juli 1678 te Bornem, zij overleed op 9 februari 1719 te Bornem en werd er begraven in de kerk.

            In het gezin Joannes Verdickt – Joanna Moens werden 8 kinderen geboren.

1)      Elisabeth °Bornem 27/04/1703 – (+)06/01/1705 Bornem.

2)      Elisabeth °Bornem 28/01/1706.

3)      Maria °Bornem – 25/12/1707.

4)      Adrianus °Bornem 28/03/1709 – +12/07/1711 Bornem

5)      Franciscus °Bornem 25/09/1711 – +28/04/1717 Bornem.

6)      Philippus °Bornem 05/01/1714.

7)      Catharina °Bornem 21/09/1716 – +18/03/1722 Bornem..

8)      Andreas °Bornem 19/01/1718 – 01/08/1724 Bornem.

            Joannes Verdickt huwde een derde maal op 3 september 1719 te Sint Amands met Catharina Van Grootven. Catharina werd geboren op 27 februari 1695 te Sint Amands, als dochter van Egidius & Joanna Maria De Keersmaecker. Catharina overleed te Bornem op 14 mei 1786 en werd aldaar begraven op 16 mei 1786.

            Het gezin Joannes Verdickt – Catharina Van Grootven werd gezegend met 9 kinderen.

1)      Egidius °Bornem 29/10/1720 – +30/12/1720 Bornem.

2)      Isabella Petronella °Bornem 14/01/1722 – +22/02/1722 Bornem.

3)      Petrus Jacobus °Bornem 24/01/1723 – +18/07/1724.Bornem.

4)      Anna Catharina, werd geboren op 2 mei 1725 te Bornem.                                 Anna Catharina werd begijn in het begijnhof  te Mechelen, zij overleed aldaar op 2 juli 1796, en werd op 4 juli 1796 begraven Hingene, de uitvaart had plaats in de Sint-Stephanus kerk te Hingene waar haar broer Joannes [1728-1809] het pastoorschap vervulde.

5)      Andreas Josephus °Bornem 29/01/1727

6)      Joannes °Bornem 24/11/1728 – +01/05/1809 Hingene (pastoor te hingene)

7)      Theresia °Bornem 26/12/1730 – (+)27/06/1734 Bornem.

8)      Maria Anna °Bornem 27/02/1733 – +15/11/1758 Bornem

9)      Joanna Francisca °Bornem 24/09/1735 – (+)23/02/1743 Bornem.

            Vader Joannes Verdickt had in totaal 17 kinderen!

           

            Zoon Joannes Verdickt was pastoor te Hingene Sint-Stephanus van december 1768 tot bij zijn overlijden op 1 mei 1809. Hij verzorgde te Hingene 41 jaar de erediensten.

            Pastoor Joannes Verdickt had in 1772 in de raad van Vlaanderen geklaagd dat zijn “competentie niet suffisant was” (dat zijn en inkomen en onderkomen als pastoor ontoereikend waren.)

            Op 16 maart 1776 werd tussen de pastoor Joannes Verdickt en hertog Charles d’Ursel, heer van Hingene en Hoboken etc., de overeenkomst aangegaan dat de hertog jaarlijks aan de pastoor 600 gulden uitbetaald en dat hij de pastorij in een behoorlijke staat diende te brengen, dit in ruil voor bepaalde stukken land, zoals hier onder beschreven.

            Frans Ferdinand Van Goethem rentmeester van hertog d’Ursel beschrijft deze gronden in het pachtboek, van het leenhof van Eikevliet 1765 – 1798.

“en van de door  de heer pastoor van Hingene overgedragen aan zijne exellentie de heer hertog Van Ursel in gelijke waarden van zijne competentie pastorele” (van het gene wat hem toekomt wegens zijn pastoorschap),

            De afgestane gronden vinden we terug in boven genoemd pachtboek van 1767 – 1798.

            “De landen toebehorende aan zijne excellentie de heer hertog Van Ursel en Hoboken, heer van Hingene etc., gelegen op den grooten hinghene cauter, dewelke aan de heer hertog toekomen uit krachte van zekere overeenkomst bij hem gemaakt op 16 maart 1776 met de heer pastoor van Hingene in gelijke waarde van zijne competentie pastoreel, naar welke overeenkomst verwezen wordt. Deze goederen zijn op 5 november 1776 wettelijk en publiek verhuurd voor een periode van 6 achtereenvolgende jaren te beginnen met kerstmis 1776, zodat het eerste jaar eindigt met kerstmis 1777, aan de volgende personen.

 

            “Vooreerst Judocus Suykens [1722->1797], zoon van Jan, heeft in pacht 4 gemeten lands  gelegen op de “grooten hinghene cauter” omtrent het “lindeken”  rakende aldaar ten oosten “de curiegoederen van Nattenhaesdonck” ten zuiden “den cauterwegh”, west de “wed. Elias Van Vracem” en de “costerije van hinghene” en ten noorden de heer “Verheyden”, pastoor te Haeren, voor een termijn van 6 jaar in te gaan met kerstmis 1776, jaarlijks voor 65 gulden. Borg is Frans Suykens (1715-1795, broer van Judocus)

Volgt de datum van de jaarlijkse kwijting van de pacht van 1778 tot 1783

            “Op 23 oktober 1781 zijn de bovenvermelde 4 gemeten land wettelijk verpacht aan Judocus Suykens, zoon van Jan, voor een termijn van 6 achtereenvolgende jaren, te beginnen met Kerstmis 1782, zodat het eerste jaar verschijnt met Kerstmis 1783, jaarliijks voor 65 gulden courant.

Borg is Joseph Van Barel [1732-1811], zoon van Paulus

Volgt de datum van de jaarlijkse kwijting van de pacht van 1784 tot 1796. (de pacht werd nog eens met 6 jaar verlengd want de kwijtingen lopen tot 1797)

 

            “Joseph Van Barel [1732-1811], zoon van Paulus heeft in pacht een gemet land gelegen op de “grooten hinghene cauter”, rakende oost de goederen van de abdij van Affligem, zuiden en west Peeter Van Damme en Noord de heer hertog Van Ursel, voor een termijn van 6 achtereenvolgende jaren, in te gaan met kerstmis1776, jaarlijks voor 16 gulden.

borg is Peeter Van Barel.

Volgt de datum van de jaarlijkse kwijting van de pacht van 1778 tot 1783.

            “Op 23 oktober is het boven genoemd gemet land verhuurd aan Joseph Van Barel 1732-1811], zoon van Paulus, voor een termijn van 6 achtereenvolgende jaren, in te gaan met kerstmis 1782, zodat het eerste jaar eindigt met kerstmis 1783, jaarlijks voor 16 gulden.

Borg is Judocus Suykens.

Volgt de datum van de jaarlijkse kwijting van de pacht van 1784 tot 1796. (de pacht werd nog eens met 6 jaar verlengd want de kwijtingen lopen tot 1797)

 

            “Joseph Van Barel [1732-1811], zoon van Paulus heeft in pacht een gemet land gelegen op de “grooten hinghene cauter”, rakende aldaar  oost Adriean Boey, zuiden Jan Meeus, west “den cauterwegh”en ten noorden de armengoederen van Hingene, voor een termijn van 6 jaar in te gaan met kerstmis 1776, het eerste jaar eindigend op kerstmis 1777, jaarlijks voor 17 gulden.

borg is Peeter Van Barel.

Volgt de datum van de jaarlijkse kwijting van de pacht van 1778 tot 1783.

            “Op 23 oktober is het bovengenoemd gemet land wettelijk verpacht aan Joseph Van Barel (1732-1811), zoon van Paulus, voor een termijn van 6 achtereenvolgende jaren, in te gaan met kerstmis 1782, jaarlijks voor 17 gulden.

Borg is Peeter Van Barel.

Volgt de datum van de jaarlijkse kwijting van de pacht van 1784 tot 1796. (de pacht werd nog eens met 6 jaar verlengd want de kwijtingen lopen tot 1797)

 

            “Joseph Van Barel [1732-1811], zoon van Paulus heeft in pacht een half gemet land gelegen op de “grooten hinghene cauter”, rakende  aldaar ten  oosten de weg naar het “per hecken” zuiden Francies Suykens, ten westen en ten noorden Adriean Boey, voor een termijn van 6 achtereenvolgende  jaren  te beginnen  met kerstmis 1776, het eerste jaar eindigend op kerstmis 1777, jaarlijks voor 9 gulden.

borg is Peeter Van Barel.

Volgt de datum van de jaarlijkse kwijting van de pacht van 1778 tot 1783.

            “Op 23 oktober is het bovengenoemd half gemet land wettelijk verpacht aan Joseph Van Barel (1732-1811), zoon van Paulus, voor een termijn van 6 achtereenvolgende jaren, in te gaan met kerstmis 1782, zodat het eerste jaar eindigt met kerstmis 1783, jaarlijks voor 9 gulden courant.

Borg is Peeter Van Barel.

Volgt de datum van de jaarlijkse kwijting van de pacht van 1784 tot 1796. (de pacht werd nog eens met 6 jaar verlengd want de kwijtingen lopen tot 1797)

 

            “Item een grote partij van 2  bunders land aan elkaar,  gelegen op de “grooten hinghene cauter” omtrent het “lindeken”, verhuurd in 4 partijen

            Michiel Van Cauwenbergh heeft in pacht omtrent een half bunder land gelegen op de “grooten hinghene cauter”, rakende aldaar ten oosten Daniël Perremans en het volgende half bunder over “het paeyken”, ten zuiden de heer graaf Van der Dilft met “den negenhoeck” west en ten noorden “den cauterwegh”, voor een termijn van 6 jaren, in te gaan met kerstmis 1776, zodat het eerste jaar eindigt met kerstmis 1777, jaarlijks voor 42 gulden.

Borg is Joannes Baptist Van Damme, zoon van Adriaen.

Volgt de datum van de jaarlijkse kwijting van de pacht van 1778 tot 1782. Voor het jaar 1777 is er geen vermelding van afrekening van het pachtgeld, werd dit afgerekend met uitgevoerde werken op het kasteel? (sommige jaren werden in termijnen betaald, en andere jaren werden afgerekend met door Michiel Van Cauwenbergh uitgevoerde werken of diensten voor het kasteel)

            “Op 23 oktober is het bovengenoemd half bunder land wettelijk verpacht aan Michiel Van Cauwenbergh,  voor een termijn van 6 achtereenvolgende jaren, in te gaan met kerstmis 1782, zodat het eerste jaar verschijnt kerstmis 1783, jaarlijks voor 33  gulden courant.

Volgt de datum van de jaarlijkse kwijting van de pacht van 1784 tot 1796. (de pacht werd nog eens met 6 jaar verlengd want de kwijtingen lopen tot 1797)

Al de jaren werden afgerekend met, door Michiel Van Cauwenberg, uitgevoerde werken en of diensten voor het kasteel.

(Uit de afrekeningen blijkt dat Michael Van Cauwenbergh jaarlijks heel wat werk en of diensten leverde aan het kasteel d’Ursel te Hingene).

 

            “ Guilliaeme Amelincx [1714-1784], zoon van Cornelis [1688-1770], heeft in pacht omtrent een half bunder land gelegen op de “grooten hinghene cauter”, rakende ten oosten het “Curegoed van Nattenhaesdonck” ten zuiden de twee hiernavolgende bunders, ten westen het hierboven vermeld half bunder en ten noorden de “Cauterwegh”, voor een termijn van 6 achtereenvolgende jaren, te beginnen  met kerstmis 1776, zodat het eerste jaar eindigt met kerstmis 1777, jaarlijks voor 51 gulden.

Borg is Cornelis De Wolf

Volgt de datum van de jaarlijkse kwijting van de pacht van 1777 tot 1783.

            “Op 23 oktober is het bovengenoemd half bunder land wettelijk verpacht aan Guilliaeme Amelincx, zoon van Cornelis,  voor een termijn van 6 achtereenvolgende jaren, in te gaan met kerstmis 1782, jaarlijks voor 38  gulden courant.

Borg is Cornelius De Wolf.

Volgt de datum van de jaarlijkse kwijting van de pacht van 1784 tot 1796. (de pacht werd nog eens met 6 jaar verlengd want de kwijtingen lopen tot 1797)

 

            “Guilliaeme Amelincx [1714-1784], zoon van Cornelis [1688-1770], heeft in pacht omtrent een half bunder land gelegen op de “grooten hinghene cauter”, rakende ten oosten en ten noorden de  “Curegoederen  van Nattenhaesdonck” ten zuiden Judocus Van De Vijver, ten westen het hierna volgende  half bunder,  voor een termijn van 6 achtereenvolgende jaren, waarvan het eerste ingaat  met kerstmis 1776, zodat het verschijnt  met kerstmis 1777,  jaarlijks voor 50 gulden.

Borg is Cornelis De Wolf

Volgt de datum van de jaarlijkse kwijting van de pacht van 1777 tot 1783.

            “Op 23 oktober is het bovengenoemd half bunder land wettelijk verpacht aan Guilliaeme Amelincx, zoon van Cornelis,  voor een termijn van 6 achtereenvolgende jaren, in te gaan met kerstmis 1782, jaarlijks voor 38  gulden courant.

Borg is Cornelius De Wolf.

Volgt de datum van de jaarlijkse kwijting van de pacht van 1784 tot 1796. (de pacht werd nog eens met 6 jaar verlengd want de kwijtingen lopen tot 1797)

(Guilliaeme Amelincx overleed op 3 april 1784, doch het pachtgeld voor de gepachte gronden werd jaarlijks normaal afgerekend, er is niet vermeld door wie).           

 

            “Cornelius De Wolf (afkomstig van Puurs), heeft in pacht omtrent een half bunder land gelegen op de “grooten hinghene cauter”, rakende ten oosten aan het hierboven genoemde half bunder land, ten zuiden  Judocus Van De Vijver, ten westenPeeter Anné, zoon van, Jan, en ten noordenhet twee hierboven vermelde half bunder,  voor een termijn van 6 achtereenvolgende jaren, waarvan het eerste ingaat  met kerstmis 1776, zodat het eerste jaar eindigt  met kerstmis 1777,  jaarlijks voor 50 gulden.

Borg is Guilliaeme Amelincx.

Volgt de datum van de jaarlijkse kwijting van de pacht van 1777 tot 1783.

            “Op 23 oktober is het bovengenoemd half bunder land wettelijk verpacht aan Cornelius De Wolf,  voor een termijn van 6 achtereenvolgende jaren, in te gaan met kerstmis 1782, jaarlijks voor 38  gulden courant.

Borg is Guilliaeme Amelincx..

Volgt de datum van de jaarlijkse kwijting van de pacht van 1784 tot 1796. (de pacht werd nog eens met 6 jaar verlengd want de kwijtingen lopen tot 1797)

 

            “Item behoort aan dezelfde heer hertog Van Ursel bij overdracht, zoals de voorgaande posten, 148 “leege roeden land” in de”polder van autbrock”, nr.305 in de “dijckagieboek” en nr.32 op de “caerte”,  liggende in de kraag van de “polder van autbroeck”, en deze worden tegenwoordig gehuurd door Mhr Alexander Frans Aerts, proost te calfort, zonder termijn, jaarlijks voor 8 gulden.

Volgt de datum van de jaarlijkse kwijting van de pacht van 1777 tot 1782.

 

            Wordt getorft en niet verhuurd.

            “De bovengemelde 148 “leege” roeden land worden nu verpacht aan Cornelius Pauwels zonder termijn, jaarlijks voor 8 gulden courant, in te gaan met kerstmis 1785, zodat het eerste jaar pacht verschijnt met kerstmis 1786. 

Volgt de datum van de jaarlijkse kwijting van de pacht van 1787 tot 1787.

 

Alle boven genoemde gronden werden door pastoor Joannes Verdickt, zoals boven vermeld, afgestaan aan hertog Charles d’Ursel in ruil voor een jaarlijkse uitkering van 600 gulden en het onderhoud van de pastorie.

 

            Joannes Verdickt overleed op 1 mei 1809 te Hingene en werd er begraven.”

OPZOEKEN? PAROCHIEREGISTER  & BURGERLIJKESTAND.

 

Op de zerk van Jan Verdickt, geplaatst in de noordermuur der sacristie van de Sint-Stephanuskerk te Hingene, leest men:

 

D. O. M.

BEGRAEF PLAETSE

VAN  DEN  SEER  EERBIEDWEIRDEN  HEER  JOANNES  VERDICT  ZOONE  VAN D'HEER  JOANNES  ENDE  VAN  JUFFROUW  CATHARINA  VAN  GROOTVEN  IN  SYN  LEVEN  PASTOOR  DER  PROCHIE  VAN  HINGENE  TEN  TIJDE  VAN 41  JAEREN  STERFT  DEN  1  MEY 1809  IN  HET  81e  JAERSYNS  OUDERDOMS EN  56ste  VAN  SYN  PRIESTERSCHAP;

DE  WET  DER  WAERHEYD  HEEFT  IN  SYNE  MOND  GEWEEST  ENDE  GEENE  BOOSHEID  IS  OP  SYNE  LIPPEN  BEVONDEN.  MAL;  2.  V.  6.

BID  VOOR  DE  ZIELE.

 

 

1809 – 1831               Huseweel Petrus

 

 

1831 – 1864               Van den Wijngaart Jan

 

 

1865 – 1871               Van de Velde Cornelius Victor

 

 

1871 – 1892               Collaes Frans Willem Jozef Lodewijk

 

 

1893 – 1925               Verhaegen Alfons Frans Karel

                                   “geboren 1856 te Herentals

Karel Frans Alfons Verhaegen, werd in 1917 aangeduid als testamentuitvoerder door, rustend oud pastoor van Bornem, Eerw. H. J.J. Van Roosbroeck, geboren op 23 januari 1846 te Herselt en overleden op 24 januari  1917 te Bornem, om na zijn dood zijn bezittingen te verdelen.

 

 

1925 – 1942               Janssens Victor

                                   “geboren 1877 te Puurs, overleden 1942 te Hingene.”

 

 

1942 – 1964               Loos Lodewijk

                                   “geboren 1891 Vertrijk, overleden 1964 te Hingene

 

 

1964 – 1977               Van Kerckhoven Jan

                                   “geboren 1911 te Willebroek, pastoor van 1978 tot 1983 te Weert (Antw.) en gaat in 1984 op rust te Mariekerke

 

 

1977 – 2004               Hamerlinck Henk

                                   “geboren 1935 Sas van Gent (Ned.),

Henk Hamerlinck oud religieus van de  Sint Bernardusabdij te Bornem, hij werd onderpastoor van 1969 tot 1977 te Bornem, en van 1977 tot 2004 pastoor te Hingene, bediende ook Eikevliet van 1997 tot 2001, alsook Mariekerke van 1995 tot 2004”

 

 

 

2004 –                        Maervoet Patrick

                                   “geboren 1960 te Merchtem

 

 

 

 

Nattenhaasdonk, in vroegere tijden ook Havesduncke Havelsdonk enz…,. De naam donk” betekent een pleistocene zandhoogte nabij een moeras, (Breendonk, Heindonk, enz…). Het is aan deze zandverhoging det de parochie Nattenhaasdonk zijn ontsaan dankt.

Leopold Mees schrijft ij zijn “Geschiedenis der Gemeente Hingene”, dat Plinius de oude toen hij, begin onzer jaartelling, onze streken bezocht schreef, “Wij hebben dit land bezocht, de oceaan drijft tweemaal daags zijne waters tot tegen zijne heuvels, en men twijfelde lang, of deze gewesten vast land of een deel der zee uitmaken. De bewoners plaatsen hun hutten hier en daar, meestal op kleine verhevenheden, door hen zelven of door de natuur gevormd. Wanneer de baren der zee de woningen omringen, gelijken deze laatste aan vaartuigen, die schijnen schipbreuk te lijden; met de ebbe vangt men rond de hutten de visschen die met het water naar de zee willen vluchten”.

En vervolgt Leopold Mees, in de IV eeuw drukte de Griekse redekunstenaar Eummenus zich over onze streken als volgt uit: “Het is geen echt land, de streek welke Cesar heeft veroverd, en die door de kronkelende schelde wordt besproeid. Neen, zij is zodanig doorweekt en doortrokken van het water, dat zij niet alleenlijk op hare moerassige planten zwicht, en den indruk behoudt van de voeten, die haren bodem betreden, maar dat zij zelfs daar waar zij een weinig vaster schijnt, omtrent de voeten trilt en in den omtrek waggelt, hetwelk zou doen denken, dat eene laag natte aarde zich als eene schors over de watermassa spreidt”.

            Het is zeker dat deze twee uitspraken, door de samenvloeiing van de schelde en rupel, en indien de streek van Nattenhaasdonk begin onzer jaartelling al bewoond was, zeker op het dorp van toepassing waren.

            Reeds voor 1100 bestond er te Havelsedunck (Nattenhaasdonk) een kerk of kapel waar de erediensten verzekerd werden door twee priesters aangesteld door het kanunniken klooster van Bornem (zie Hingene). De parochie hing af van de landdekenij Brussel en het Bisdom van Kamerijk.

            De  Nattenhaasdonkse kerk was gelegen langs de “Dermontschestraat” eeuwenoud de kortste landweg tussen de denderstad, Dendermonde, (zuid-westwaarts over ’t Heiken te Hingene, Bornem, Mariekerke en Baasrode), en de scheldestad, Antwerpen, (noord-oostwaarts over Schelle, Hemiksem en Hoboken).

            Deze verbindingsweg tussen Dendermonde en Antwerpen was oudtijds (voor 1450) gedeeltelijk gekasseid en liep ter hoogte van het fort Sinte-Margriet (verdwenen) door de rupel naar het nog bestaande tolhuis te Schelle.

            De “plaat”, nabij het wiel, een in vorige eeuwen, bij eb doorwaadbare plaats in de rupel, gelegen tussen het fort Sinte-Margriet te Nattenhaasdonk en het tolhuis te Schelle, (ongeveer de plaats waar zich nu het voetveer Wintam-Schelle zich bevind), zorgde ervoor dat de reizigers bij laagtij de rupel “voetdoecks” konden oversteken.

            Voor 1450 noemde de Dendermondschestraat te Schelle de “Voetdoeckstraete” en liep van de rupeldijk door de bossen van Haegelstein (het huidige Laarhof) langs het kasteel Scherpenstein naar de kerk te Schelle.

            Bij de herindeling, op 12 mei 1559 door paus Paulus IV, der bisdommen werd Nattenhaasdonk met Eikevliet gevoegd bij het aartsbisdom van Mechelen, terwijl Hingene bij het district Dendermonde in het bisdom nan Gent werd onder gebracht.

            Tijdens de Spaanse overheersing werd in 1566 de kerk en pastorij, en waarschijnlijk ook enkele woningen verwoest, en gesloopt door de soldaten, voor de bouw van het “fort Sinte-Margriet” gelegen op de samenvloeiing van rupel en schelde. Ook moest de parochie, samen met de omliggende, mankracht en paarden met karren leveren om werken aan het fort, of de dijken er rond, uit te voeren.

            Door overstromingen en oorlogen was Nattenhaasdonk zeer arm geworden en menig priester verliet de parochie om zich op een andere plaats te vestigen waar ze het materieel en financieel beter hadden.

            De verweesde Nattenhaasdonkse kerk

            De kerk van Bornem besteld in 1657 een nieuw orgel bij Jan Bremser te Mechelen. Het oude orgel gaat naar de kerk van Nattenhaasdonk. Franciscus Step kerkmeester ontvangt 3 gulden “over het haelen met syne peerden ende waegen d’orgle inde kercke ende voorgaende wegh te voeren tot Windam”. De Bornemse kerkrekening vermeld het weg voeren van het orgel naar Wintam maar het werd zeker naar de kerk van Nattenhaasdonk gevoerd, daar de Winthamse kerk (ingewijd 1829) in 1657 nog niet gebouwd was.

 

In het midden het “Nethof” en kerk, rechtsboven het “Fort Sinte Margriet”

 

Nattenhaasdonk anno 1777

 

pastoors te Hingene

pastoors te Wintam

pastoors te Eikevliet

Pastoors te Nattenhaasdonk                                                                  

 

Onderpastoors

ca 1487                       Van Moortere Jan

                                   Jan Van Moortere werd vernoemd in brieven van 1487 als pastoor te Nattenhaasdonk.”

 

 

 

 

 

 

ca 1504                       Van Heycken Alexander

                                   Alexander Van Heycken was zowel pastoor te Nattenhaasdonk als te Hingene.

 

 

 

 

 

 

ca 1546 – 1566           Bialliu Jan

                                   Tijdens de “Spaanse overheersing” werden in 1566 de kerk, pastorij, en waarschijnlijk ook nog enkele woningen, verwoest en gesloopt door soldaten.

            Het afgeboken materiaal werd voor de bouw van het “fort Sinte-Margriet” gebruikt, dat gelegen was op de “tonghe”, bij de samenvloeiing van rupel en schelde.

            Vermoedelijk verlaat Jan Bailliu na de verwoesting van zijn kerk de parochie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1572 -                         Van Schoor Judocus

                                    Judocus Van Schoor, werd benoemd in 1572 als pastoor te Nattenhaasdonk.

Door de “troubele tijden”, en de afgebroken kerk, was de parochie Nattenhaasdonk zeer waarschijnlijk enkele jaren zonder priester.

.

 

 

 

 

 

 

 

1596 -  1599                De Schotte Niklaas

 

 

 

 

1599                           de Tombau Gerardus (ook pastoor te Liezele)

                                   Gerardus de Tombau, was in 1599 dienstdoende priester te Nattenhaasdonk. Hij was reeds 40 jaar pastoor te Lippelo, en verzorgde bijwijlen eveneens de dienst te Hingene zoals blijkt uit een Hingense gemeenterekening  van 1590 – 1591.”

            “Item betaelt aen den heer Gheeraert Tombau tot Lippeloo op afcortinghe van den dienst alhier gedaen X gulden.” 

           

 

 

 

 

 

 

 

 

1599 – 1602               Van Schellenbroeck Gerardus, desservitor (ook pastoor te                                Hingene)

                                   Gerardus Van Schellebroek, was pastoor te Hingene en aangesteld als desservitor voor de parochie Nattenhaasdonk.

 

 

 

 

 

 

ca 1602                       Pontani Godefridus, desservitor (ook pastoor te Hingene)

                                   Godefridus Pontani, pastoor te Hingene, hij was eveneens aangesteld als desservitor voor de parochie Nattenhaasdonk.

            Hoe en in welke omstandigheden de Nattenhaasdonkenaars en de Wintammenaars, gehucht dat eveens tot de parochie Nattenhaasdonk behoorde, in voorgaande jaren hun kerkplichten vervulden is niet geweten. Waarschijnlijk zal dat wel zeer primitief geweest zijn. Vermoedelijk is dat mede de oorzaak dat er vele jaren geen pastoor op de parochie was, en dat ze werd bediend door de op eenvolgende pastoors van Hingene dsie er aangesteld werden tot desservitor.

            Daar maar eerst in 1603 de toren herbouwd werd, van de door de soldaten in 1566 afgebroken kerk, men kan stellen dat vanaf 1603 de kerkgangers weer in het droog zaten.

            In 1610 zonden de parochianen een verzoekschrift aan de koning om een toelage van 200 à 300 gulden te bekomen voor de heroprichting van het koor hunner kerk, doch zij verkregen slachts 50 pond. Niettegenstaande de kleine koninklijke toelage herbouwden de Nattenhaasdonkenaars in 1610 hun koor.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ca  1612                      De Moldere Anthonius, desservitor (ook pastoor te Hingene)

                                   Anthonius De Moldere, pastoor te Hingene, hij was eveneens aangesteld als desservitor voor de parochie Nattenhaasdonk.

 

 

 

 

 

 

1614 – 1616               Van Hermighem Arnoldus, desservitor (ook pastoor te                                       Hingene)

                                   Arnoldus Van Hermighem, pastoor te Hingene, hij was eveneens aangesteld als desservitor voor de parochie Nattenhaasdonk.

           

 

 

 

 

 

 

1616 – 1618               De Bliek Judocus, desservitor (ook pastoor te Hingene)

                                   Judocus De Blieck, pastoor te Hingene, hij was eveneens aangesteld als desservitor voor de parochie Nattenhaasdonk.

            De Nattenhaasdonkenaars en Wintamenaars die vele jaren bedienden werden door de pastoors van Hingene, die er aangesteld waren als desservitors, wensten in 1616 een eigen priester en en richtten zich met hun wensen tot de aartsbisschop Mathias Hovius [1596 -1620] van Mechelen. Ze vroegen de aanstelling van een priester en de verdeling der kerk- en pastorijgoederen die in gemeenschap waren met Hingene. De Hingensepastoors genoten door het jarenlange desservitorschap de inkomsten van beide kerken. Deze inkomsten wensten de Nattenhaasdonkenaars te scheiden om hun eigen pastoor een behoorlijk inkomen te kunnen aanbieden. Hun verzoekschrift:

“Aen Myn Eerweerdichste Heer Myn heere den ertsbisschop van Mechelen etc.”

              “Vertoonen in alder ootmoet die ghemeyne Ingeseten ende gelande van Wintham ende Haesdonck hoe dat sy over langhe eer ghewillichlych ende uyt puer devotie ende grooten yver die sy syn bebbende tot vermeerderinghe van den Dienst Gods op den XV deser maend July 1616 tot Wintham syn vergaedert gheweest ende finalyck tsaemen gheresolveert ende metterdaet ghelooft op te brengen ende te furniëren sonder daertoe voorder vermaent te worden, de somme van omtrent acht hindert guldens voor een begintsel vant ghene nootlyck sal wesen tot van de beucke van, de kercke van Haesdonk ende daertoe de weghen, passagien ende straeten bequaem te maecken om in alla saisoenen van jaeren te waghen, te peerde ende te voet tot de voorschreven kercke gevoeghelyck ende sonder incommoditeyt te moghen gaen ende wederkeeren gelyck men hier voortyden altyt heeft ghedaen, daertoe die principaele weghen over eenighe jaeren syn beplant ende opdat den dienst voortaen bequaemelycker mach gedaen worden tot laeffenisse vande sielen vande Inghesetene Ouders aldaer begraeven synde, ende meerder gerief vande selve bidden ootmoedglyck dat Uwe Eerw : ghelieven wille separatie te doen effectueren van de kercke ende cureytgoederen die in de kercke van Hinghen syn gebtuyckt ghedeurende de voorleden troubelen ende ruine vande kercke van Haesdonck mette ornaementen ende helft vande thiende ende deselve doen overleveren volghende de notitie by den heer lantdeken daeraf ghesonden, ende aldaer te stellen eenen pastoor ende besunder kerckmeesters die de penninghen van aenstaende bauwinghe ende innecomen ende accidenten (giften, offeranden enz…) vande selve kercke sullen ontfanghen ende uytgeven ende daer af oock besonder rekeninghe bewys ende Reliqua doen naer behoiren, ghelyck in voorleden tyde is geschiet doende daerop exepedieren ordonnantie in forma aen den heer lantdeken om deselve te effectueren dwelck doende etrc..”

            Hieruit kunnen we besluiten dat de, in 1566 door soldaten gesloopte en vernielde, Nattenhaasdonkse kerk in 1616 nog altijd niet volledig was heropgebouwd..

 

In 1616 werd aan de, nog altijd niet voltooide Nattenhaasdonksekerk, een beuk gebouwd wat de parochianen ca. 800 gulden koste.

            Eindelijk was de, in 1566 door de soldaten gesloopte,  kerk na 50 jaar weer helemaal heropgebouwd.

 

 

 

 

 

1618 – 1621               Van Mauden Walter

                                   Walter Van Der Mauden, werd op 28 mei 1618 benoemd tot pastoor te Nattenhaasdonk.

            Eindelijk hadden de Nattenhaasdonkenaars en de Wintammenaars een eigen pastoor, doch spijtig was dit maar kortstondig, daar Walter Van Der Mauden overleed in het jaar 1621.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1621 – 1642               De Vrijer Petrus, desservitor (ook pastoor te Hingene)                           Petrus De Vrijer, werd geboren op 12 augusus 1594 te Mechelen.

            Petrus De Vrijer werd in 1619 benoemd tot pastoor van Hingene, hij werd na het overlijden in 1621 van pastoor Walter Van Der Mauden,door Z.E Aartsbisschop Jacobus Boonen [1621-1655], bij gebrek aan een pastoor, aangesteld te Nattenhaasdonk tot dessevitor, ambt dat hij eveneens zou uitoefenen tot zijn vertrek in 1642 naar Boom om aldaar pastoor Andreas Struelens op te volgen. (zie ook Hingene, Petrus De Vrijer)

            De kerkrekeningen van 1632 vermelden een totale uitgave van 216 gulden 4 stuivers voor herstellingswerken, aan de kerktoren die door een zware stormwind beschadigt was geraakt.

            Deze kerkrekeningen vermelden 23 gulden voor het torenkruis (waarshijnlijk was dat een nieuw kruis) en 16 gulden 12 stuivers voor het kruis van de toren te halen en terug te plaatsen.

            “over ‘t naerwerck van voors. toren ende ’t cruys dwelck door het tempeest vanden wint was crom gewayt op en af te haelen.”

            Er werd in 1632 ook 52 gulden en 2 stuivers gespendeerd aan stof om het tabernakel te versieren.

 

 

 

 

 

 

 

 

1642 – 1642               De Backere Balduinus

                                   Balduinus De Backere bediende na het vertrek van Petrus De Vrijer de openstaande plaats tot de benoeming, nog datzelfde jaar, van Gabriël Rondinet.

            Baldiunus De Backere werd in 1660 benoemd tot pastoor te Bornem, ambt dat hij uitoefende tot 1683. (DAAR OVERLEDEN? OPZOEKEN) in de klappers)

 

 

 

1642 – 1662               Rondinet Gabriël, desservitor van Nattenhaasdonk.

                                   Gabriël Rondinet, volgde in 1642, pastoor Petrus De Vrijer, op die die het pastorschap te Boom ging vervullen.

            Gabriël Rondinet oefende zijn ambt uit tot bij zijn overlijden op 21 maart 1671 te Hingene, waar hij werd begraven in de kerk.” (zie ook Hingene, Gabriel Rondinet.)

         Tijdens het ambtschap van Rondinet had de parochie zwaar te lijden onder de roof en plundertochten van Lorreinse soldaten die in de gemeente waren gekazerneerd. Ook brachten zij heel wat vernielingen aan. In de kerkrekeningen vinden we bij de uitgaven:

            “Iten betaelt aen Daneel Van De Velde, gelaesmaeker tot Puers over het maeken vande gelaesen die by de Loreynen waeren om stucken geslaegen IIII gulden VII stuivers.”

            Tussen 1644 en 1654 werden er rond het kerkhof en op kerkgronden veel bomen geplant. De uitgave voor het kopen en planten van 902 abeelen en wilgepoten bedraagt tijdens deze jaren 75 gulden en 9 stuivers.

            De pastoor trachtte de kerkwijding samen met de daarbij gepaard gaande kermisdag te verleggen naar de zondag volgende op de feestdag, 20 juli, van de H. Margareta, en richtte daartoe, op 13 november 1657, een verzoek aan de aartsbisschop, Andreas Cruesen, van Mechelen “gelyck dit oudtyds pacht te wesen”en het feest van de patrones te mogen vieren de dag na de kermisdag. Aan dit verzoek werd geen gevolg gegeven, het is nog steeds de zondag voor de feestdag van de H. Margareta.

 

 

 

1662 – 1665               De Vos Jan

                            Jan De Vos, werd benoemd op 13 november 1662 tot pastoor van Nattenhaasdonk.

            Jan De Vos treft er een, door de twee vorige pastoors, Petrus De Vrijer en Gabriël Rondinet, van Hingene, een stiefmoederlijke bestuurde, verwaarloosde armzalige slecht onderhouden kerk aan.

            Bij zijn bezoek datzelfde jaar aan Nattenhaasdonk beschrijft de landsdeken van Brussel het huis Gods als “desolaet, verworpen ende vervallen” en geeft aan de nieuwe pastoor en de kerkmeesters de machtiging om onverwijld herstellingswerken te laten uitvoeren.

            Pastoor De Vos startte onmiddellijk met de werken en de onkosten voor deze herstellingswerken liepen op tot 1.797 gulden 3 stuivers.

            Voor deze herstellingen gebruikte men 16.000 kareelstenen, 2000 voet berd en ander timmerhout  blz 343

 

            Jan De Vos werd in 1665 benoemt tot pastoor van Meldert (O. Vl.)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1665 – 1687               Laché Ambrosius

                                   Werd in 1665 benoemt tot pastoor te Nattenhaasdonk en overleed aldaar op 26 augustus 1687.

 

 

ca 1684 – 1688           Tourneur Frans

                                   Hulppriester te Nattenhaasdonk sedert ca. 1674 werd hij na de dood van pastoor Ambrosius Laché aldaar benoemd tot pastoor.

 

 

1688 – 1720               Tourneur Frans

                                   Reeds hulppriester te Nattenhaasdonk sedert ca. 1684 werd Frans Tourneur na de dood van pastoor Pastoor Ambrosius Laché in 1687 er benoemt tot pastoor. Hij overlijdt op 26 augustus en wordt “begraven in het koor van de kerk.”

Hij laat aan de kerk van Nattenhaasdonk de som van 800 florijnen na.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1720 – 1721               Servaes Antoon

                                   werd na het overlijden Van Frans Tourneur desservitor te Nattenhaasdonk

 

ca 1720           Teullure Ladewijk

                        “minderbroeder”

 

 

 

1721 – 1726               Mehauden Dominicus

                                   Werd geboren te Sarlardingen, en werd in 1726 pastoor te Nattenhaasdonk om vervolgens in 1726 de parochie te verlaten om pastoor te worden te Rijmenam.

 

 

 

 

 

 

 

1726 – 1745               Van der Hoeven Andreas, ook kapellaan op het fort                                Sinte-Magriet

                                   Geboren ca 1682 te Wespelaar (Vl. Br.), hij werd desservitor te Roosbeek en pastoor te Pellenberg (Vl. Br.) om vervolgens begin augustus 1726 aangesteld te worden te Nattenhaasdonk, op 7 augustus 1726 werd hij ook benoemd tot kapellaan van het “fort Sinte-Magriet.”

 Op 23 september 1726 werd de parochie Nattenhaasdonk bezocht door kardinaal aartsbisschop Thomas Philip.

Andreas Van Der Hoeven overleed op 26 januari 1745 te Nattenhaasdonk, op 63 jarige leeftijd aan een slepende ziekte, alwaar hij in de kerk begraven werd.

Tijdens zijn ziekte werd hij voor de diensten in de kerk en fortkapel bijgestaan door een minderbroeder van Mechelen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1745 – 1745               De Witte Maximiliaan Jozef

                                   Verzekert de kerkdiensten in de periode tussen de oude en de nieuwe pastoor.

 

 

 

 

 

 

1745 – 1754               Peyssens Winandus

                                   Onderpastoor te Steenhuffel, werd  op 24 juni 1745 pastoor te Nattenhaasdonk, na zijn afscheid aldaar in februari 1754 werd hij pastoor in het begijnhof van Tienen.

 

 

 

 

 

 

 

1754 – 1754               De Witte Maximiliaan Jozef

                                   Het is weerom pastoor Maximiliaan De Witte die de kerkdiensten  verzekert na het vertrek van Winandus Peyssens en de aankomst van de nieuwe pastoor Frans Schepens.

 

 

 

 

 

 

 

1754 – 1763               Schepens Jan Frans

                                   Werd geboren te Bottelaar en was onderpastoor te “Santberge” (Zandbergen).

Hij werd te Nattenhaasdonk ingehaald op 14 oktober 1754, parochie die hij, wegens de vele door of tegen hem aangegane processen, in 1763 verliet om pastoor te worden in Denderhoutem.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1763 – 1768               Van Schoore Jan Jozef

                                   Jan Jozef Van Schoore, werd geboren te Mechelen, hij was hulppriester te Borst-Bambrugge in het decanaat van Oordegem, en werd nadien onderpastoor te Mechelen-Nekkerspoel (Sint-Pieter). Hij kwam op 26 augustus 1763 naar de parochie Nattenhaasdonk (decenaat Puurs).

            In november 1763 werd bij de paters Jezuieten te Brussel, voor 37 gulden 6 stuivers, een biechtstoel aangekocht. Bij de verhuizing van de inboedel van de oude Nattenhaasdonksekerk naar de nieuwe kerk te Wintam (1829), verhuisde de biechtsoel mee. Deze prachtige gesneden biechtstoel is nog altijd te bewonderen in de Sint-Margaretakerk te Wintan-Hingene.

            Pastoor Van Schoore verfraaide de kerk verder, hij liet in 1763 de kerk plaveien, kosten voor deze werken 605 gulden 17 stuivers.

            Paus Clemens XIII [1693-1769], paus van [1758 tot 1769], verleende  in 1764 een breve van aflaat aan het opgerichte broederschap van de H. Hubertus. Aan de H. Hubertus werd een altaar toegewijd, en er werd een met bostbeeld, de H. Hubertus voorstellend, en een zilveren reliquiënkestkocht aangekocht, alsook een boek voor de confrerie, en men liet een riem aflaten drukken, de onkosten beliepen 93 gulden 15,75 stuivers.

            Ook het sacristij kreeg in 1765 een opknapbeurt, ze werd met hout bekleed, kosten 180 gulden 18 stuivers. Philip Nijs maakte en leverde in 1766 een tabernakelhuis, de kosten beliepen 132 gulden.

 

           

 

 in april 1786 vertrok hij naar Tienen waar hij pastoor werd in het ziekenhuis.

 

 

 

1768 – 1790               Van Den Bossche Joanes Georgius

                                   Joannes Gregorius Van Den Bossche, werd geboren te Tienen, hij was 11 jaar hulppriester te Bonheiden vooraleer hij op 19 april 1768 in zijn nieuwe parochie Nattenhaasdonk ontvangen werd,

Op 16 april 1787 deed pastoor Joannes Georgius Van Den Bossche opgave van de inkomsten en lasten van de kerk en pastorij van Nattenhaasdonk.

                        OOSTENREYCKSCHE  NEDERLANDEN.

Bisdom Mechelenen.

Districkt ten weste.

 

 

 

 

hij overleed 5 juli 1790 te Nattenhaasdonk.

1776 – 1786    Nys Willem Jacobus

 

1786 – 1794    Van Den Brande Petrus

                        Petrus Van Den Brande, werd in 1787 te Nattenhaasdonk aangesteld tot desservitor, wegens de slechte gezondheid van Joannes Van Den Bossch.

                       

                        Van Dyck G. B. J.

                        G. B. J.
Van Dyck
was hulppriester gedurende de maanden dat de plaats van pastoor openstond.

 

 

1786 – 1794               Van Den Brande Petrus

                                   Petrus van den Brande, werd wegens de wankele gezondheid van van pastoor Joannes Gregorius Van Den Bosch in 1787 aangesteld tot desservitor.

            Hij was desservitor tot Benedictus Magherman in 1791 te Nattenhaasdonk tot pastoor werd benoemd, van dan af tekende hij weer met “vice pastor.”

 

 

 

 

1791 – 1794               Magherman Benedictus

                                   Benedictus Magherman werd geboren te Beigen ca 1755en overleed op 10 mei 1794 te Nattenhaasdonk, en werd er begraven op 11 mei 1794.

            Hij begon zijn pastoorschap in juli 1791 en kocht voor de kerk nog in 1791 een nieuw altaarvoor de som van 16 gulden en 8,5 stuiver.

            De overlijdensakte vermeld:

“Anna  Domini  1794  die  Decima  maij  hora  sexta  matutina  obiit Reverendus  Adm.  Dominus  Benedictus  Magherman  ex  Baeijgem  pastor ecclesia  parochialis  de  Nattenhhaesdonck  Ste Margerita,  et  sepultus  est undecima   jusdem   mensis  atatis  39  annorum  qui,  circiter  per  triunium  ferventissimo  xxxx et pastorale  sollicitudinegrigem  Domini  Sibi commison  ibidem  rexit  et  pavit  sepulturaejus in vemeterio  post  summum atare.

Quod  attestor  Petrus  Van  Den  Brande  Desservitor  in  Nattenhaasdonk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1794 – 1806               Huveneers Willem, desservitor

                                   Gielielmus (Willem) Huweneers, werd geboren ca 1751 en overleed op 22 juli 1806 te Nattenhaasdonk en werd aldaar begraven op 26 juli 1806.

            Gielielmus Huweneers werd te Nattenhaasdonk benoemd in 1794. Hij was een van de leiders van het boerenleger tijdens de Boerenkrijg.

            20 mei 1795 visitatie bezoek van Joannes Baptist Luyten, pastoor te Sint-Katelijne-Waver. “Vidi in visitatoine hac 20 may 1795; J. B. Luytens Archi. Pr. Dist. ac pastor Wavria S. Cath.”

            23 augustus 1796, visitatie bezoek van Joannes Baptist pastoor Luytens. “Vidi in Visitatione hac 23 Aug. 1796; J. B. Luytens Archi. Pbr dist ac Pastor Wavria S. Cath.

            Op 5 september 1796 werd geboren Franciscus Carolus Suykens zoon van Joannes Baptist & Maria Theresia Landuyt, dooppeter was Melchior Quarteer een van de hoofdleiders tijdens de Boerenkrijg.

            Op 6 september 1797, visitatie bezoek van J. B. Luytens, “Vidi in Visitatione hac 7bris 1797, J. B. Luytens Archi. Pbr dist.”

            Van af het jaar 1798, 1799, 1800, tot en met 23 februari 1801 werd het geboorteregister, gaande van 1795 tot 23 februari 1801, overgeschreven in copie met op elke bladzijde onderaan de vermelding: “Concordat cum originali qd attestor G: Huveneers, Pastor in Nattenhaesdonck.”

            Tussen het eind van 1797 en het begin van 1798 staat voldende tekst: “Actus seqùentos per R : D : vicepastorem, escscripti, dilinger perlogi et escscripi deuùo. ”

            Pastoor Huveneers begon in 1801 met een nieuw register (geboortes – overlijdens – huwelijken) met als eerste inschrijving een geboorte op 24 februari 1801.

            Op de voorzijde van het nieuwe register is een (los) blaadje geplakt met daarop in het nederlands 12 geboortes gaande van 1796 tot 1804 en  3 huwelijken gaande van 1796 tot 1803, voornamelijk van de familie Gregorius Coomans [°Nattenhaadonk 27/11/1758 - +13/01/1827 Nattenhaasdonk] X 20/01/1796 Anna Catharia De Pooter [°Bornem 08/07/1/765 - +12/07/1821 Nattenhaasdonk]. Het handschrift is zeker niet dat van pastoor Huveneers, het is zeer waarschijnlijk geschreven door Gregorius Coomans.

            Het overlijdensregister werd door pastoor Huveneers, vanaf 1798 tot 25 maart 1801, enveneens in copie overgschreven, met op het einde de volgende tekst: “hùe fininuant actùs , per matricùlariùm Scripti qùos fideliter escscripti et cùm sùo originali concordare attestor G : Huveneers Pastor in Nattenhaesdonck.

            Hoewel er in het huwelijksregister geen melding werd gedaan van copij, is het toch zichtbaar aan het eenvormige handschrift en de gelijkheid van akten dat ook hier pastoor Huveneers, van 1798 tot 17 januari 1801 het origineel heeft overgeschreven.

            Bij de hervorming van bisdommen en parochie’s bevolen door het Concordaat van 16 juli 1801 tussen Napoleon en Pius VII, dat de betrekkingen tussen Kerk en Staat normaliseerde, was de kerk van Nattenhaasdonk afgeschaft geworden.

            Giellielmus Huveneers was dan wettelijk geen pastoor meer te Nattenhaasdonk, doch de toestand bleef zoals voor het Concordaat, en de kerkdiensten in de parochie verliepen zoals voorheen.

            Inschrijving in het parochieregister overlijdens van 1806 te Nattenhaasdonk, van het overlijden van pastoor Gielielmus Huweneers, door pastoor Joannes Baptist Hiel. “anno domini supra scripto 22 juli circa duodecimam nocturnam R : D : Guilielmus Huveneers pastor loi; in atate 55 annorum; hic sepultes est 26 juli.”

 

1794 – 1795    Bosteels F.

                        H. Bosteels, doet zijn eerste inschrijvins in de parochieregister van Nattenhaasdonk op 1 maart 1795 bij de geboorte van Petus Franciscus De Schepper zoon van Franciscus & Anna Catharina Hiel ex Oppuers

 

1795 – 1796    Meynckers A. (vice pastor loci)

                        A. Meynckers, schrijft op 9 juli 1795 Rosa De Smet dochter van Joannes Franciscus & Anna Catharina Nauwelaers in, in het parochieregister geboortes.

 

1796 – 1802    Vertongen C. (vicepastor loci)

                        C. Vertongen, schrijft op 25 augustus 1796 de geboorte in van Joannes Baptist Muyshondt, zoon van Joannes Franciscus & Maria Catharina De Vroom.

 

            In 1803 werd een verzoekschrift, gericht aan de deken van Puurs en de aartsbisschop van Mechelen, met borgstelling tot onderhoud en een behoorlijke jaarwedde, voor het bekomen van een onderpastoor:

                        “Aen Syne Eminentie Joannes Amandus                          Ars. Bisschop van Mechelen aen ul:

                        Eerweerdegen heer Cornelis Pauwels onsen                      Land Deken van Puers.”

            “Verthoont Eerbiedighlyk De Parochiaenen Der Communie Van Natten:haesdonck tot het Bekomen Van Eenen onder:Pastoor met De Eerste gelegentheyd.”

            Biddende UL: Ootmoedelyk hier op gedient te worden Blyvende in afwachtinge UL: ootmoedige ende onderdaenige Dienaers.’

                                               “Actum 21 December 1803.”

 

            Dese ondergeteekende stellen hunlieden voor goede suffisante sekere Borge tot Betaelinge van de Competentie Die Eenen onder:Pastoor toekomt (den welken wy verhoôpen Door UL: goedjonstigheydsat toegesonden worden : ) tot tyd en wyl Dat er van De Parochie andere sekere Middels sullen komen of konnen gevonden worden tot onderhoud van Den versochten onderpastor. De ondergeteekende en Borg Blyvende Personen syn als volgd:

            “Petrus Joannes Van Der Kinderen, P.  De Pooter, Melchior Meremans, M. De Pooter, Peeter Jan Janssens, J. H. Verhaegen, in absent van Egidius Van Barel heeft syne vrouwe deze ondertekend : Maria Anna De Wachter, in absent van Joannes Benedictus De Deckers heeft syne vrouwe dese onderteekend : Isabella Josina Boeij, Joanners Muyshondt, Cornelus De Decker, P. J. Van Doorselaer, Joannes Wauters, Judocus Van Damme, Peeter Janssens, Joannes Van De Putte, Peeter Jan Van Baerel, Guill: Frans Wittock, Dit + ist Merk van Petrus Joannes Van Assche verklaerende niet te konnen schryven,  Dit ist Merk van David Muyshondt Bekennende niet te konnen schryven, F. J. Meremans.”

            De wens van de Nattenhaasdonkenaars werd verhoort, in 1804 werd Macharius Cammaert als nieuwe onderpastoor aangesteld.

1804 – 1806    Cammaert Macharius

                        Macharius Cammaert, ondertekent op 7 augustus 1806 in het parochieregister de overlijdensakte van Joannes De Decker als “Vicepaster”.

            Macherius Cammaert, werd in 1818 aangesteld tot pastoor, in de O. L. Vouw & Sint-Leodegarius parochie te Bornem, waar hij tot zijn overlijden 1851 zal verblijven.

 

 

 1806 – 1827              Hiel Joannes Baptista

                                    Joannes Baptista Hiel, werd gedoopt op 30 maart 1772 te Londerzeel, als zoon van Philippus & Petronella Verhavert.

            In het parochie register geboortes 1795 – 1800 van Wintam Sinte-Margareta vond ik een los blaadje, met volgende tekst: “Extractum ex Registro Baptismali Ecclesia Parochialis de Londerzele, in qio habentus seqéntia. Die 30 Marti i772 Baptus est Joannes Baptista Hiel filius legitimus Philippi et Petronilla Verhavert, Suscep. Joannes Baptista Verhoftadt et Maria de Muyer.

Concordantiam Cum Suo Originali Attestor hac 2 aprillis 1796.

J. Van Zeebroeck pastor in Londerzele.”

(bron: uittreksel uit de doopakte ingeschreven in het parochie register van Londerzeel, los blaadje in het parochie register van Wintam),

            De Gemeenteraad nam op de zitting van 10 september 1822, de beslissing om de pastorij van Nattenhaasdonk aan te kopen. De betaling zou gebeuren met terug gekregen gelden voor leveringen van voorraden aan het Franse leger gedaan te Antwerpen en Bergen-op-Zoom (Nl.) De bestendige deputatie keurde op 21 september deze beslissing goed.

            De eigenaar Frans Hendrik Verhaegen [1749-1823], molenaar te Wintam op de koutermolen, verkocht de pastorij met 16 roeden erf voor de prijs van 1028 gulden 57 centen. De gemeente kocht voor 171 gulden 43 centen ook nog 7 roeden grond aan om de hof van de pastorij te vergroten. De koopakte’s werden verleden door notaris Jan Van Aken uit Lippelo.

            Op 25 februari 1825 treft een zware overstroming Nattenhaasdonk waardoor de kerk en het kerkhof wekenlang in het water komen te staan en er geen kerkdiensten kunnen plaatsvinden.

            De kinderen worden te Hingene Sint-Stephanus gedoopt en de overledenen worden er eveneens begraven.

            Het is de ramp van 25 februari 1825 die de gemeente deed besluiten om te Wintam op hogere gronden een nieuwe kerk te bouwen.

            Joannes Baptista Hiel werd benoemd te Malderen (Vl. Br.), hij verliet de parochie Nattenhaasdonk tussen 20 & 27 februari 1827

 

 

1806 – 1810    Pésé Egidius

                        Pastoor Joannes Baptist Hiel ondertekent in 1809 verschillende overlijdensakten met de vermelding “begraven door Egid. Pésé R : D : vicepaster”

 

1811 – 1816    De Clercq Vincentius

                        Abdijheer van de Sint-Bernardus abdij te Hemiksem.

 

1817 – 1824    Pauwels Joannes Baptist

                        Werd pastoor te Tisselt en later vicaris-generaal op het bisdom Mechelen.

 

1824 – 1832 Van Heymbeeck Joannes Ferdinandus

 

 

1827 – 1929 (1869)                Jacobs Frans (zie Jacobs Frans te Wintam)

 

 

 

 

 

 

Wintam van oudsher een vissers en voornamelijk schippersdorp met enkele boerderijen behoorde kerkelijk tot de parochie Nattenhaasdonk.

Het is onder de ambtsperiode van pastoor Frans Jacobs dat de kerk van Nattenhaasdonk, in 1829, naar het hoger gelegen Wintam verhuisde.

Tengevolge van de zware overstroming van 25 februari 1825 die de oude kerk te Nattenhaasdonk zwaar had geteisterd, hadden de inwoners van Wintam bekomen dat er een nieuwe kerk mocht worden gebouwd op hogere gronden en dichter bij het dorp van Wintam dat stilaan groter werd dan Nattenhaasdonk.

Het besluit tot het bouwen van de nieuwe kerk, werd goedgekeurd bij koninklijk besluit van 19 april 1927, de plannen en bestekken opgemaakt door Frans Drossaert bouwheer te Brussel dateren van 10 januari 1828, en in de ­gemeenteraadszitting van 25 januari 1828 worden de bestekken tot het bouwen van een nieuwe kerk, pastorij en school goedgekeurd. Het bestek voor deze drie gebouwen beliep 26.775 gld. 51 centen. De aanbesteding had plaats op 27 maart 1828 en aannemer was Augustinus Verbraeck van Dendermonde voor de som van 25.600 gld. De eerste steenlegging gebeurde op 29 mei 1828 door hertog Charles-Joseph d’Ursel (4de hertog d’Ursel, heer van Hingene, enz.). Nog hetzelfde jaar stond kerk, pastorij en school onder dak 

De nieuwe kerk werd ingehuldigd op 24 juni 1829 door Joannes Baptist Meeus Deken van Puurs en Wolvertem.”

 

Links boven de “Wintamse molen”

Wintam anno 1777

pastoors te Hingene

pastoors te Nattenhaasdonk 

pastoors te Eikevliet

 

 

Pastoors te Wintam

Onderpastoors

 

(1827) 1829 – 1869    Jacobs Frans (Kapellaan)

                                    Geboren op 10 oktober 1793 te Londerzeel (bron bevolkings register 1830 gemeente Hingene)

            Frans Jacobs werd aangesteld tussen 20 & 27 februari 1827 tot pastoor te Nattenhaasdonk en verhuisd in 1829 naar de nieuwe kerk te Wintam.

            Tijdens een 3 dagen durende zware noord-westen storm breken op 25 februari 1825 de dijken van schelde, rupel en vliet, waardoor de parochie Nattenhaasdonk onderwater komt te staan. De kerk en het kerkhof zijn wekenlang in onbruik. Tijdens deze periode werden de kinderen gedoopt en de overleden begraven te Hingene Sint-Stephanus.

            Het is tijdens de ambtsperiode van Frans Jacobs dat de nieuw gebouwde kerk te Wintam op 25 juni werd ingewijd.

            Inwijding van de nieuwe kerk op 24 juni 1829 door Joannes Baptist Meeus, deken van het Decanaat van Puurs en Wolvertem.

“Die 24 juni ………………………………………………………………

            Inwijding van het nieuwe kerkhof te Wintam op 25 juni 1829 door Joannes Baptist Meeus, deken en pastoor te Sint Amands.

“In Novo cemitrio de Nattenhaesdonck quod vigisima quinta junii 1829 ab amplissimo Domino Decane J : B Meeus pastore in St Amandi fut benedictum prisma sepultura fuit, ab angelo sacristia versus accidentem 19 augusti. Eodem anno ut sequiter.

Op 19 augustus 1829 werd de eerste overledene, Maria Josepha Scheppers [°Nattenhaasdonk 01/03/1824 - +17/08/1829 en (+)19/08/1829), op het nieuwe kerkhof te Wintam begraven.

 

1824 – 1833    Van Heymbeeck Joannes Ferdinandus

                        “geboren 13 februari 1799 Liezele (bron bev. register 1830 Hingene)

 laartste inschrijving + 17 november 1732

 

1833 – 1838    Notelteirs Joannes Baptist

eerste inschrijving + 22 januari 1833

1839 – 1847    Kerckhofs J. C.

 

1847 – 1869    Verellen Zepherinus

                        Pastoor te Wintam van 1847 tot 1869 (zie pastoors te Wintam 1869 – 1880)

 

 

 

1869 – 1880               Verellen Zepherinus

                                   Werd onderpastoor te Wintam van 1847 tot 1869.

Zepherinus Verellen werd te Wintam tot pastoor benoemd van 1869, hij gaf in 1880 zijn ontslag wegens gezondheidsredenen.”

 

1869 – 1873    De Marré J.

 

1873 – 1880    Van Doorselaer E

 

1880 - 1899                Bosch Josephus

                                   Werd geboren op 21 oktober 1836 te Gierle als zoon van Joannes Baptist & Catharina Sophia De Backer.

            Josephus Bosch werd tot priester gewijd op 20 december 1862 te Mechelen en op 27 februari 1863 benoemd tot onderpastoor te Lint, om vervolgens op 16 oktober 1865 benoemd te worden tot onderpastoor te Kontich en op 23 december 1880 als pastoor te Wintam, waar hij bijna 19 jaar de diensten zal leiden.

Overleden 24 juni 1899 te Wintam en aldaar op 27 juni 1899 begraven.”

Inschrijving in het parochieregister, overlijdens, Wintam.

            “24ste juni, hora 2 pomeridiana, obiit Rev.  Dnus. Joseph Bosch, pastor hujus parochie, natus gierle 21ste  Octobris 1836, filius Joannis Baptistea Bosch et Catharina Sophia De Backer sacerdotio decoratus 20 Decembris 1862, fuit nominatis vicepastor in Linth 27ste Februari anni seqentis, translatus in Contich 16de Octobris 1865 et nominatus ad pastoratium in Wintham 23ste Decembris 1880. Quam parochiam cum per 18 annos cum dinidio maximo cum zelo rexisset pie abdormivit in Domino die supra indicata et 27ste Juni hic fuit sepultus. (getekend P. Claes desservitor)

 

1880 – 1899    Claes Petrus Karel

                        Pastoor van, 1899 tot 1923 te Wintam. (zie pastoors te Wintam 1899 – 1923)

 

1899 – 1923               Claes Petrus Karel

                                   Werd geboren in 1856 te Meerhout.

Petrus Karel Claes werd van 1880 tot 1899 onderpastoor te Wintam en volgde er in 1899 Josephus Bosch op.

 

 

 

1923 – 1938               Henderickxs Jozef

                                   Werd geboren in 1873 te Onze-Lieve-Vrouw-Waver.

 

 

 

1938 – 1949               Flies (Jozef) Karel

                                   Werd geboren op 8 november 1886 te Olen.

Karel Flies werd te Mechelen tot priester gewijd op 14 april 1912 en werd vervolgens leraar aan het Klein Seminarie te Hoogstraten. Hij werd onderpastoor te Niel op 12 september 1924, en op 5 december 1938 benoemd tot pastoor te Wintam.

Hij overleed op 19 juli 1949 te Hingene-Wintam, en werd aldaar begraven maandag 25 juli te 10 uur. (grafsteen opzoeken)

 

            Segers

            Werd pastoor in de parochie “de koekoek” te Schelle en later proost in de H.Familiekliniek te Reet..

 

 

 

 

 

 

 

1949 – 1974                Meeus (Jozef) Louis

                                   Werd geboren in 1907 te Heist-op-den-Berg.

Louis Meeus, “pater Herebritus” (Tongerlo),

 

 

 

 

 

 

1974 – 2005               Van Ranst Tony

                                   Tony Van Ranst werd geboren op 26 december 1930 te Hingene, als zoon van xxx & xxx

Tony Van Ranst, “pater Siegfried” ging in het klooster te Tongerlo en kreeg op 15 september de kleding, hij profeste op 15 september 1950, en werd tot priester gewijd op 22 augustus 1954. Hij werd op 1 oktober 2001 aangesteld als administraror van de parochie Eikevliet. Oud missionnaris in Afrika.

Voor 1974 onderpastoor te Puurs, van 2001 parochie administrator te Eikevliet.

 

 

 

2005 –                        Maervoet Patrick

                                   Parochie-administrator. Zie Hingene

 

 

 

 

Sinds onheugelijke tijden bestond er te Eikevliet, dat een verhoogde plaats is tussen het Eikenbroek en de Bommels, een kapel

De parochie Eikevliet dat wereldlijk tot Hingene-Nattenhaasdonk behoorde viel kerkelijk echter onder de moederparochie Puurs samen met de parochie’s

(lees gehuchten) Beendonk, Kalfort, Kleine-Amer, Eikse-Amer, Klein Mechelen (wereldlijk ook behorende tot Hingene-Nattenhaasdonk), Ruisbroek-

Sauvegarde, Pullaar (Rijweg), Kreweg (tussen Pullaar en Willebroek), Oppuurs, Oppuurs-Nijven, Oppuurs-Nijvendries en het westelijke deel van Tisselt.

In 1803 werd Eikevliet een zelfstandige parochie die ook de bediening van Klein Mechelen verzorgt, even als van de Eikse-Amer (grondgebied Puurs, maar de

Eikevlietse kerk is dichter bij)

De kapel welke toegewijd was aan de H. Lucia werd in 1600 door de door de geuzen platgebrand en verwoest.

Na de heropbouw werd de kapel toegewijd aan Sint-Lambertus en verzorgden de kloosterlingen van de Sint-Bernardusabdij van Hemiksem er de erediensten.

Uit de archieven van 1616 “Fructus Cappelania S. Lamberti de Eijck, possesor Ds Gerardus van Schellenbeoeck sun onere trium missarum” blijkt  

dat de kapel, toegewijd was en is aan Sint-Lambertus.

 

In het midden kerk en  de “Watermolen”

Eikevliet anno 1777

 

pastoors te Hingene

pastoors te Nattenhaasdonk

pastoors te Wintam

 

 

Pastoors te Eikevliet

        

 

1803 – 1811               Van Ingelghem Joannes

                                   Voor zijn benoeming te Eikevliet, in augustus 1803, was Joannes onderpastoor te Puurs en deed in Eikevliet reeds de dienst als kapellaan.

In augustus 1811 werd hij benoemd tot desservitor te Mariekerke.” (nazien te Mariekerke)

 

 

 

1811 – 1836               De Muyer Martinus Josephus

                                   Werd geboren op 7 december 1778 te Mechelen en gedoopt in de Sint-Rombouts parochie aldaar, als zoon van Joannes Baptist & Joanna Catharina Brabants.

Josephus Martinus De Muyer werd benoemd te Eikevliet op 28 augustus 1811. Overleden te Eikevliet op 19 juni 1836 en er begraven op 9 juni 1836.

Zijn grafsteen bevindt zich aan de voorzijde van de kerk rechts van de deur.”

 

 

 

1836 – 1864               Keuleers Joannes Cornelius

                                   Werd geboren op 13 januari 1799 te Mechelen als zoon van Joannes Baptist & Anna Maria Hermen.

Onderpastoor te Bornem van 1822 tot 1836, werd vervolgens benoemd te Eikevliet op 28 juni 1836 en plechtig ingehaald 6de juli daaropvolgend.

Joannes Cornelius gaf wegens gezondheidsredenen zijn ontslag op 28 juni 1864 en verbleef nadien als rustend priester te Diest alwaar hij op 29 februari 1868 overleed. Hij werd begraven te Eikevliet op 4 maart 1868.                                            

Zijn grafsteen bevindt zich aan de voorzijde van de kerk links van de deur.”

 

 

 

1864 – 1882               Van Der Linden Joannes Josephus

                                   Werd geboren op 2 december 1817 te Liezele als zoon van Gielielmus & Anna Catharina Verhofstadt.

Joannes Josephus Van Der Linden, benoemd te Eikevliet op 23 september 1864 werd hij plechtig ingehaald op 30 oktober 1864.

Overleden 4 mei 1882 te Eikevliet en aldaar begraven op 6 mei 1882.

Zijn grafsteen bevindt zich aan de achtergevel van de kerk.”

 

 

 

1882 – 1887    Van Laer Victor

                        Werd geboren op 7 januari te Turnhout als zoon van Adrianus & Anna Maria Gorremans.

Victor Van Laer werd benoemd te Eikevliet op 23 september 1864 en aldaar plechtig ingehuldigd op 30 oktober 1964.

Overleden op 27 april 1887 te Eikevliet en aldaar begraven op 30 april 1887

Zijn grafsteen bevindt zich aan de achtergevel van de kerk.

 

 

 

1887 – 1913    Crabbé Jozef Franciscus

                        Werd geboren op 24 november 1838 te Merchtem, zoon van xxxxxxxxxxxxxxx & xxxxxxxxxxxxxx, was voorheen onderpastoor te Niel.”

 

 

 

1913 – 1928                Bloqeaux  Joannes Ludovicus

                                   Werd geboren in 1862 te Antwerpen, overleden 1946 te Dongen (Ned.).

 

 

 

1928 – 1953               Ceuppens Petrus Ludovicus

                                   Werd geboren 1873 te Onze-Lieve-Vrouw-Waver, ging in 1953 oprust te Bornem.

 

 

 

1953 – 1967               De Smet Jozef

                                   Werd geboren 14 juni 1889 om 10 uur voormiddag te Bornem, getuigen bij de geboorte aangifte op het gemeentehuis zijn Isidorus De Wachter, brouwersgast, en Michael Pauwels, dagloner.

Jozef De Smet, zoon van Petrus Franciscus, brouwersgast, geboren ca. 1853 te Sint Amands & Maria Elisabeth Van Gucht geboren ca. 1859 te Bornem.

 

 

 

1967 – 1997               Vermeulen Jozef

                                   Werd geboren in 1925 te Mechelen, ging in 1997 te Lier op rust en overleed er in 2004.”

 

 

 

1997 – 2001               Hamerlinck Henk

                                   Zie Hingene

 

 

 

2001 – 2005               Van Ranst Tony

                                    Administrator van 1 oktober 2001 te Eikevliet. (Zie ook Van Ranst Tony te Wintam.)

 

 

 

2005 -                         Marivoet

                                               Parochie-administrator.” (zie ook Hingene)

 

 

 

 

 

 

geraadpleegde werken alfabetisch:

Boom in het verleden, Emiel Steenackers, 1907

Geschiedenis der gemeente Schelle, Joannes Theodorus De Raedt & Joannes Baptist Stockmans,

Geschiedenis van Hingene, Leopold Mees, 1894

Hoe Boom groeide, Benoit Lamot, 1957

Overlijdensberichten

Parochieregisters Bornem, O. L. Vrouw & Sint-Leodegarius

Parochieregisters Eikevliet, Sint-Lambertus

Parochieregisters Nattenhaasdonk, H. Margharetha

Parochieregisters  Hingene, Sint-Stephanus

Parochieregisters Wintam, H. Margharetha

Proeve van Historische Mengelingen over ’T Land van Rumpst, Hendrik Sel, 1873

Registers burgerlijke stand Bornem

Registers burgerlijke stand Hingene

Registers burgerlijke stand Puurs                   

Repertorium parochieregister Bornem, S. Polfliet

20 Eeuwen Bornem, een dorp in Vlaanderen, Juliaan Marivoet, 2003